Heel alleen met een koptelefoon
“Je klonk zenuwachtig.” Ik had liever gehoord dat ik als een echte goeroe klonk, gezaghebbend en onweerstaanbaar. Maar nee, zenuwachtig. Mijn vrouw was tenminste eerlijk. Zoals beloofd had ze geluisterd naar het eerste interview op de radio dat ik ooit gaf, uiteraard over mijn onlangs verschenen boek.
Nu weet ik hoe het voelt om geïnterviewd te worden. Dat is me niet vaak overkomen. De eerste keer was vijftien jaar geleden, de tweede keer een paar maanden geleden. Allebei de keren tijdschriften. Het stelde niks voor.
Maar de radio, dat is wat anders. Alles wat ik zeg kan gelijk worden gehoord door duizenden mensen die ik niet zie. Bedenktijd heb je niet.
Maar zenuwachtig? Dat was ik niet, wel geconcentreerd. Na jaren van onzichtbare aanwezigheid in de journalistiek, was ik nu eens de bron. Hoe zou het voelen om aan deze kant van de streep te staan? Wat voor vragen zou ik krijgen? Informatief, suggestief, open, ingewikkeld, gemeen? Zou de interviewer proberen gaten in mijn kennis te schieten, of was er echte belangstelling?
Radiojournalistiek blijkt al net zo’n rijdende trein te zijn als de schrijvende journalistiek, mijn tak van sport. Een paar dagen voor de uitzending werd ik gebeld of ik wilde meedoen. Of ik om 9 uur in studio Desmet in Amsterdam wilde aanschuiven, een gelegenheidsplek voor mensen die niet in de uitzending in Hilversum kunnen zijn. Waarna ik een e-mail kreeg die onze afspraak bevestigde.
Vlak voordat ik de studio binnenging, kreeg ik nog een telefoontje van de radioredactie. “Weet je wel dat je eerst zes persoonlijke vragen krijgt vanaf een band?”
Het contact met Hilversum, waar de uitzending werd gemaakt, verliep via een koptelefoon. Ik zat alleen in een studio, samen met een wethouder die voor mij in de uitzending kwam. Toen hij zijn verhaal had afgedraaid, ging hij weg. Ik bleef achter met mijn koptelefoon en een microfoon, waarna de vragen binnen kwamen rollen de antwoorden er bijna vanzelf uit werden getrokken.
Tijdens de onderbreking door het nieuwsbulletin beet de regisseur mij toe dat ik er niet vandoor mocht gaan. Het was nog niet gedaan. Tien minuten later hoorde ik dat de volgende studiogast werd verwelkomd.
Ik luisterde nog een paar minuten, tot er een muziekje kwam. “Kan ik gaan”, vroeg ik. Geen reactie. Voor de studio in Hilversum bestond ik al niet meer.
Dat voelde tenminste vertrouwd. In de journalistiek is een bron een gebruiksvoorwerp. Dat verzorg je zo lang je nog informatie moet aftappen, maar daarna niet meer.
Door de verlaten gangen en kale trappenhuizen van studio Desmet zocht ik de uitgang. Op naar het volgende interview.

June 17th, 2008 at 15:18
Wat een bizar interview, ik bedoel de entourage. Het interview zelf heb ik helaas niet gehoord. Wat zijn dat toch voor onzalige uitzendtijden, van Met het oog op morgen…
May 6th, 2009 at 23:24
Casino 1241629101…
Casino 1241629101…