Het winnen van geestelijke delfstoffen
“Een pakje voor je.” Eén van mijn kantoorgenoten gaf me een kartonnen doosje, net iets groter dan een pondspak koffie. Toen ik de afzender zag, wist ik genoeg. Haastig peuterde ik de verpakking open. Daar lagen ze dan, zeven boeken. In witte letters stond mijn naam op het roodblauwe kaft.
Dagen, nachten, weekends, weken zwoegen lagen daar voor me, 175 pagina’s gebundeld. Binnen vijf minuten hadden mijn kantoorgenoten de boeken in handen. Ik hield een exemplaar over, voor vrouw en kinderen. Daar heb je dan maandenlang al je vrije tijd aan opgeofferd.
Altijd ben ik een beetje jaloers geweest op journalisten die een boek schreven. Ze leken mij zo wijs. Maar terwijl ik staarde naar mijn eigen boek, voelde ik mij niet slimmer dan gisteren.
Wat ik ook probeerde, het gevoel van trots wilde ook niet komen. “Wat verdien je er eigenlijk mee?” vroeg één van mijn kantoorgenoten. Ik mompelde iets van werken voor de eer.
Dit nooit meer, had ik mij voorgenomen toen de kopij twee maanden geleden veilig bij de uitgever lag. Maar toen hij me een paar weken geleden vroeg of ik nog een keer een boek zou schrijven, kon ik een overtuigende ontkenning niet over mijn lippen krijgen.
Terwijl ik vanmiddag onder de brandende zon in file stond te bakken, vroeg ik me af wat er zo leuk is aan het schrijven van een boek. Ik verwaarloos mijzelf en mijn gezin, mijn vrije tijd gaat aan flarden, mij werk lijdt eronder, het levert financieel weinig op, terwijl ik niet eens trots ben op het resultaat.
Toch weet ik al dat ik het opnieuw zal gaan doen. Misschien omdat zo’n boek er alleen komt met bloed, zweet en tranen. Heb je die er niet voor over, dan blijft al die kostbare kennis verborgen.
Informatie is er volop in deze wereld, zeker dankzij internet. Maar het vergaren van kennis, het duiden van al die bergen informatie, is een vorm van mijnbouw, het winnen van geestelijke delfstoffen. Dat vraag nu eenmaal om erbarmelijke omstandigheden.
Dat vraagt om idealisme. Jaren geleden gebruikte ik die om mijn artikelen te schrijven, soms diep in de nacht. Maar journalistiek is bij mij veranderd van idealisme in reguliere broodwinning.
Eigenlijk heb ik dat schrijven van boeken gewoon nodig. Zo voorkom ik dat ik afglijd tot een kantoormannetje.
