Daar komt de advocaat weer aan
Door Henk Vlaming in Journalistiek bedrijven op 3 April 2008De man die op mijn voicemail stond kende ik niet. Hij mij ook niet, want toen ik terugbelde vroeg hij wie ik was. Dat vond ik gek. Hij had mij toch gebeld? Ik vroeg dus maar wie hij was.
Hij is een accountant en hij zou een advocaat op mij afsturen, zo beloofde hij. Ik begreep er nog weinig van.
Het ging om een interview dat ik met een van zijn medewerkers had gehouden. Men had nog willen reageren op het artikel, maar heeft dat uiteindelijk niet gedaan. Het is toen geplaatst zonder instemming van de directie.
Dan had u maar moeten reageren, was mijn tegenwerping. Ik had het toegestuurd, waarna ik niks meer had gehoord. Bovendien heb ik de directie niet geïnterviewd, maar iemand anders. Het was aan hem om te reageren.
Dan had ik niet mogen publiceren, vond de accountant. “Dat mag gewoon niet.”
Dat mag wel, zo reageerde ik. Een voorinzage is een recht. Wie er geen gebruik van wenst te maken, laat zijn beurt voorbijgaan. “Wanneer hebt u dan gereageerd?” vroeg ik nog, voor de zekerheid.
Dat wist de accountant ook niet. Hij had een mailtje gekregen van iemand in de organisatie met de vraag of hij het wilde regelen met mij. Voor de rest wist hij van toeten noch blazen.
Einde gesprek. Mijn onbekende gesprekspartner was door zijn stof heen. Het dreigement van de advocaat bleef hangen. Ik voorspel dat ik er niks meer over hoor. De boze accountant weet niet eens wie ik ben, dus naar wie moet hij dan een advocaat sturen?
Ik ben wel vaker bedreigd met advocaten, maar ik heb er nog nooit eentje gezien. De reactie duidt op machteloosheid. Begrijpelijk als je je verraden voelt door een journalist. Maar onbegrijpelijk als je niet eens weet waar je het over hebt.
