het ontslagcircus - alles wat je moeten weten als je eruit vliegt

Kafka van de freelancers

Door Henk Vlaming in Journalistiek bedrijven op 30 January 2008

“Dag meneer Vlaming, ik bel om een administratieve kwestie.”

Dat moet over de VAR-verklaring gaan, dacht ik.

“Het gaat om de VAR-verklaring”, zo was inderdaad de uitleg.

Even een stukje uitleg, hoewel elke freelancer weet waarover het gaat. VAR staat voor Verklaring Arbeidsrelatie. De VAR-verklaring wordt afgegeven door de Belastingdienst. Hierin staat of de houder door de fiscus wordt gezien als een ondernemer of niet. Ook het soort ondernemerschap staat omschreven.

Opdrachtgevers van freelancers vragen standaard om een kopie van dit document. Anders lopen zij het risico dat de Belastingdienst naderhand denkt dat de freelancers werknemers zijn. Dan moeten ze werknemerslasten bijbetalen. Vandaar dat uitgevers geen facturen van freelancers betalen zonder een bijhorende VAR-verklaring.

Inmiddels is er een heel administratief circus rond die VAR-verklaring. In november sturen de meeste uitgevers brieven naar hun freelancers om de procedures op te starten voor het invorderen van VAR-verklaringen. Je kunt als freelancer via een formulier zo’n verklaring aanvragen bij de Belastingdienst. Vervolgens moet je een kopie tijdig insturen en krijg je antwoord binnen zes weken.

Maar er zijn ook uitgevers die niks zeggen. Pas in het begin van het volgende jaar merken ze dat niet alle VAR-verklaringen binnen zijn. Dan gaan ze nabellen met hun freelancers.

Vorig jaar liep het met deze uitgever ook al niet goed. Dit jaar hoorde ik weer niks. Dus heb ik de VAR-verklaring maar meegestuurd met mijn eerste factuur. Wist ik zeker dat alles zou aankomen.

Niet dus. Als je de VAR-verklaring niet naar het juiste adres stuurt met het juiste kamernummer, komt het niet aan. Omdat ik toch graag mijn geld krijg, heb ik vanmiddag gelijk de hele zaak gekopieerd en op de bus gedaan. “Dan krijg ik tenminste mijn geld”, zo had ik nog gegrapt tegen de administrateur.

“Dat krijgt u toch wel”, riposteerde hij.

“Hahaha”, zo besloot ik. Maar ik kon er niet echt om lachen. De factuur staat al bijna anderhalve maand open.


het ontslagcircus - alles wat je moeten weten als je eruit vliegt

Dankbaarheid bij het vuil

Door Henk Vlaming in Journalistiek bedrijven op 26 January 2008

Vanmiddag heerste er opwinding thuis. Via de telefoon kreeg ik het grote nieuws door: er was een pakje bezorgd. Dat gebeurt wel vaker, maar dit keer voor mij en niet voor mijn vrouw.

Toen ik hoorde wie de afzender was, wist ik al wat er in zat: een jaarboek. Een van mijn relaties stuurt me elk jaar het nieuwste exemplaar. Omdat het zo’n dikke pil is, stoppen ze hem in een doos.

Mijn kinderen geloofden het maar half. Zodra ik thuis was, informeerden zij of ze het pakje mochten openmaken. Ik vond het best. De pret was gauw uit toen er inderdaad een jaarboek uit het karton kwam.

“Moet je de brief niet lezen?” vroeg mijn vrouw, wijzend op de witte enveloppe die op de doos geplakt zat.

“Nee, gooi maar weg”, zei ik. De begeleidende standaardbrieven van dit soort poststukken ken ik uit mijn hoofd. “Geachte heer Vlaming, bij deze sturen wij u ons jaarboek. Hoogachtend…” Dat soort werk.

Omdat ik de enveloppe toch al tot oud papier had verklaard, maakte mijn vrouw hem open. Er zat zowaar een boekenbon in van 25 euro. De tekst in de brief was eveneens afwijkend. “Hartelijk dank voor weer een jaar samenwerking. Op deze manier willen wij onze waardering uitspreken.”

Dankbaarheid bij het vuil, het was bijna gebeurd in mijn achteloosheid. Zo zie je maar, wees altijd kritisch bij vooronderstellingen. Deze journalistenles houd ik iedereen voor die mij vraagt hoe het is om journalist te zijn. Nu kreeg ik het lesje van mijn gezin.

Voor straf moest ik die avond de lege doos in de vuilcontainer gooien. Ik ben het gewend. Zo eindigt het altijd als we pakjes krijgen.


het ontslagcircus - alles wat je moeten weten als je eruit vliegt

Enthousiasme voor een snertverhaal

Door Henk Vlaming in Journalistiek bedrijven op 24 January 2008

“Dat softwarebedrijf heeft ons alweer een e-mailbericht gestuurd. Kun je echt niet bellen wat ze te melden hebben?”

“Ik zie er niets in”, zo probeerde ik de hoofdredacteur van de nieuwssite af te poeieren. Maar de man was vasthoudend. “Kijk gewoon of er iets in zit.”

Als een klant zo graag wil dat ik aan een dood paard ga trekken, dan doe ik het uiteindelijk wel. Tegen beter weten in. Ik was er namelijk deze week al achteraan gegaan op verzoek van een redacteur. “Stelt niks voor”, zo rapporteerde ik nadat ik de oninteressante website van het softwarebedrijf in kwestie had bestudeerd. Met tegenzin had de redacteur het onderwerp laten varen.

Maar de redacteur is ziek en nu heeft de hoofdredacteur het onderwerp opnieuw opgepakt. Ik heb een kwartiertje aan de telefoon gehangen met het softwarebedrijf in kwestie. Al na twee minuten merkte ik dat het een zinloos gesprek was.

Maar de enthousiaste softwareleverancier wist van geen ophouden, dolblij met de aandacht. Met een blik op mijn horloge moest ik aanhoren hoe uniek zijn product was. Bij de eerste de beste kritische vraag viel hij echter stil. “Ik weet het verschil niet.”

Toen ik wilde ophangen, informeerde hij nog waar het verhaal zou verschijnen. En of ik hem nog zou laten weten wat ik ermee ging doen. Helemaal niks, zo wilde ik het liefst antwoorden naar waarheid. Ik hield het er maar op dat ik hem nog zou informeren.

Tegen het einde van de middag belde ik de hoofdredacteur. “Dit was helemaal niks”, zei ik. “Die man wist niet waarover hij het had.”

“Dat is toch wel opmerkelijk”, vond de hoofdredacteur. “Belachelijk gewoon.”

Ik beaamde dat. Maar een ondeskundige bron, daarover kan ik geen bericht maken. Met de nodige moeite overtuigde ik de hoofdredacteur daar uiteindelijk van. “Misschien bel ik dat bedrijf zelf nog wel eens”, zei hij.

Drie telefoontjes, twee onderzoeken, een uur verspild. Nog nooit heb ik zo veel moeite moeten doen om een verhaal niet te schrijven. Een verhelderende ervaring.


het ontslagcircus - alles wat je moeten weten als je eruit vliegt

De smaak van een professioneel tussendoortje

Door Henk Vlaming in Journalistiek bedrijven op 24 January 2008

Vandaag had ik weer dat kleine klusje dat mij met beide benen op de grond houdt: een banenrubriekje. Elke twee weken moet ik bijhouden welke managers er van baan zijn veranderd. Daarbij hoort dat ik ook hun foto’s binnenhaal.

Veel werk is het niet, maar verheffend is het evenmin. Ik wroet door een stapel persberichten op internet. Daarna stuur ik e-mails naar de communicatiebureaus die de persberichten verspreiden, en vraag de foto’s op.

Wat doet zulk werk met mijn reputatie als ervaren journalist? Elke junior kan dit.

Toch vind ik dit klusje leuk. Allereerst omdat het onderdeel is van een meer omvangrijke opdracht. Ik vul tweewekelijks drie pagina’s, waar onder dus het rubriekje. De rest bestaat uit nieuws en een interview. Nieuwsgaring, selectie, brononderzoek, uitvoering, ik doe het zonder tussenkomst van de redactie. Dat klinkt al iets gewichtiger.

Toch is het rubriekje zelf ook prettig. Het is namelijk zo vredig. Inspannend onderzoek is niet nodig en mijn kritische geest heeft vakantie.

Bovendien maakt dit werk iedereen blij. Die communicatiemensen zijn verheugd dat hun persberichten de weg naar de media hebben gevonden. Aan mijn verzoek om foto’s te sturen werken ze grif mee. Veel vriendelijkheden dus en nooit lange gezichten achteraf.

Zo bezien is dit werk een soort koekje bij de koffie. Even een hapje tussendoor. Het vult niet, het is klein, het is zoet en het duurt maar even. Een professioneel tussendoortje, eigenlijk is dat niet verantwoord. Maar diep in ons hart vinden we het allemaal lekker.


het ontslagcircus - alles wat je moeten weten als je eruit vliegt

De ontmaskering van Roodkapje

Door Henk Vlaming in Journalistiek bedrijven op 22 January 2008

Een korte bijdrage vandaag, want deze is het vervolg van de eerdere Roodkapje-blog. Om de invloed van citaten op de beeldvorming te illustreren, heb ik vijf quotes van bekende mensen geselecteerd. Zonder dat u wist om wie het gaat.

Al die uitspraken lijken zo onschuldig, soms wel een beetje poëtisch. Maar al deze mensen die de woorden ooit hebben gevormd staan allerminst bekend om hun romantiek.

Vandaag onthul ik door wie al die uitspraken zijn gedaan.

1 Adolf Hitler: “De brede massa van een volk valt makkelijker aan een grote leugen ten offer dan aan een kleine.”

2 Geert Wilders: “Traditionele instituties zoals gezin, kerk, scholen en buurtverenigingen zijn de buffer tussen overheid en burger die we in ere moeten houden.”

3 Saddam Hoessein: “Het Witte Huis heeft gelogen toen het zei dat Irak chemische wapens bezat.”

4 Jozef Stalin: “We kunnen niets doen aan de geografie, en u kunt dat evenmin.”

5 Robert Mugabe: “Zij zijn een deel van ons in het wezen van wat we de natie noemen en geen politiek kan ze er ooit van vervreemden”

6 Charles Manson: “Dit zijn jullie kinderen. Jullie wezen ze de deur en ik nam ze op.”


het ontslagcircus - alles wat je moeten weten als je eruit vliegt

Verander Roodkapje in de grote boze wolf

Door Henk Vlaming in Journalistiek bedrijven op 16 January 2008

Vandaag werd ik geattendeerd op een consultant die had iets gezegd over klokkenluiders.

Klokkenluiderregelingen tasten de integriteit aan, zo stelde deze consultant. Was dat niet iets voor mij als journalist?

Zo’n controversiële stelling, dat pakte. Ik heb de website van die man opgezocht. Hij bleek bij de Wereldbank te hebben gewerkt, wat hem nog interessanter maakte. Ik besloot hier iets mee te gaan doen.

Natuurlijk ken ik deze man niet, maar dat hoeft ook niet. Hij heeft een verhaal en hij smoelt. Daarmee bedoel ik dat hij zijn verhaal pakkend kan neerzetten. Of hij ook werkelijk zo interessant is? Dat doet er niet toe.

Meestal heb ik geen idee wat mensen in hun mars hebben als ik ze beroepshalve spreek. Het enige dat telt is dat zij mijn lezers kunnen overtuigen. Het juiste citaat, het juiste beeld en de lezer is om. Zo kun je zelfs de grote boze wolf in Roodkapje veranderen, en omgekeerd.

Dit lijkt boerenbedrog. Maar de enige bedrieger is de lezer zelf. Die vormt zich altijd een beeld bij wat hij hoort, leest en ziet. Het enige wat je moet doen als journalist is je informatie daarop afstemmen. De lezer doet de rest.

Ervaar het zelf en lees de volgende citaten. Ze zijn stuk voor stuk van bekende mensen, we kennen ze allemaal. Ga na welke indruk deze uitspraken op je maken. Denk je dat deze mensen slim, aardig, beleefd, oprecht of wijs zijn? Of juist het tegenovergestelde?

In mijn blog van morgenavond zal ik onthullen van wie deze citaten zijn. Kijk dan nog eens of het beeld dat je kreeg door de citaten, overeenkomt met wat je weet over deze mensen. Degene die er voor die tijd een van de citaten goed matcht, krijgt van mij een prijs (naamsvermelding op mijn blog).

  1.  ”De brede massa van een volk valt makkelijker aan een grote leugen ten offer dan aan een kleine.”
  2. Traditionele instituties zoals gezin, kerk, scholen en buurtverenigingen zijn de buffer tussen overheid en burger die we in ere moeten houden.”
  3. “Het Witte Huis heeft gelogen toen het zei dat Irak chemische wapens bezat.”
  4. “We kunnen niets doen aan de geografie, en u kunt dat evenmin.”
  5. “Zij zijn een deel van ons in het wezen van wat we de natie noemen en geen politiek kan ze er ooit van vervreemden.”
  6. “Dit zijn jullie kinderen. Jullie wezen ze de deur en ik nam ze op.”

het ontslagcircus - alles wat je moeten weten als je eruit vliegt

De lol van een heiden

Door Henk Vlaming in Journalistiek bedrijven op 15 January 2008

“Ik ben het niet eens met wat jij van ons artikel hebt gemaakt.” Vermanende woorden toen ik om een uur of zes huiswaarts reed. Van een communicatiebureau nota bene.

Dit vermanende vingertje kreeg maanden geleden een aanloop. Toen was er nog niks aan de hand. Het communicatiebureau bood aan een artikel te leveren voor het blad waarvan ik hoofdredacteur was. Het ging om een boeiend onderwerp, dus ik vond het prima.

Toen het artikel kreeg, heb ik het echter op de plank gelegd wegens drukte. Het communicatiebureau nam daar natuurlijk geen genoegen mee, dus ging af en toe de telefoon: “Hoe is het met artikel? Beantwoordt het aan de verwachtingen? Wanneer ga je het plaatsen?”

Logische vragen, dus moest ik ook een keer antwoorden. Maar toen ik het verhaal eens goed las, viel het tegen. Propagandistisch, amper nieuwswaardig, eenzijdig, slecht geschreven. Meer dan een bericht zat er niet in.

Ik heb het communicatiebureau geschreven dat ik het flink in zou korten en zou plaatsen in februari. “Dan spreken we af dat jij het plaatst in februari”, luidde het handige antwoord. Toen al voelde ik nattigheid. Een afspraak? Als hoofdredacteur bepaal ik wat ik afdruk, en niet het communicatiebureau.

Maar toen ik het communicatiebureau het sterk ingekorte verhaal voorlegde (van ruim duizend naar 160 woorden) was de teleurstelling groot. De verwijten klonken door de winternacht: ik had het bureau maanden laten bungelen, men had het verhaal geleverd waarom ik had gevraagd, ik heb te veel ingekort.

Tja, ik had inderdaad eerder kunnen reageren. Maar uiteindelijk is een communicatiebureau geen onderdeel van mijn redactie. We hebben ieder onze eigen belangen. Toch heeft het bureau gedaan alsof ik verplichtingen had om te publiceren. Dat is natuurlijk manipulatie.

Geeft op zich niks, zo werkt het gewoon. Communicatiebureaus bedienen vooral hun eigen klanten. Redacties zijn daarbij hun instrumenten. Net als zendelingen halen die bureaus soms alles uit de kast om hun boodschap door te drukken. Van vleierij tot appelleren aan schuldgevoel. Soms is het leuk om dan toch lekker heiden te blijven.


het ontslagcircus - alles wat je moeten weten als je eruit vliegt

Mobiel werken bij 120 km per uur

Door Henk Vlaming in Journalistiek bedrijven op 11 January 2008

Misschien ben ik op het idee gekomen door dat bericht over een oude camper die als kantoor was ingericht. Een tijdje geleden heeft het Innovatieplatform dat ding uitgeroepen tot beste kleine werkplek van Nederland. Je kunt hem neerzetten waar je wil en alle faciliteiten zitten erin, van koffie tot internet.

Dus toen ik vanmorgen van Amsterdam naar Groningen reed, probeerde ik de auto als werkplek zelf maar eens uit. Ik had geen keuze. Een opdrachtgever wilde deze morgen nog een berichtje. Om negen uur was mijn bron beschikbaar, maar toen zat ik al in de auto.

Zonder zelfs maar te remmen heb ik het interview afgenomen, het verhaal geschreven en het via internet naar de redactie verstuurd. Dit succes had ik vooral te danken aan mijn vrouw, die naast mij zat. Ze heeft geen rijbewijs, maar ze weet wel alles van moderne communicatie.

Hoewel, modern? Het interview was dat niet. Terwijl ik met 120 over de snelweg stoof ter hoogte van Almere, hield mijn vrouw de telefoon tegen mijn oor, zodat ik handsfree kon praten. Niet te lang natuurlijk, want ik kon geen aantekeningen maken. Kwestie van de belangrijkste informatie even onthouden.

Daarna fase twee. Mijn vrouw haalde mijn laptop tevoorschijn. Terwijl ik het bericht dicteerde, voerde zij het in. Snel ging dat trouwens niet, als je schrijft zonder woorden te zien en naar de weg kijkt. Maar het ging wel. Ze las het na afloop een paar keer voor, waarna ik nog wat zinnen veranderde.

Daarmee zat mijn rol erop, maar het verhaal moest nog wel op tijd bij de redactie zijn. Mijn vrouw haalde een mobiel modem tevoorschijn dat ze aansloot op de laptop. Werkt perfect. Ter hoogte van Emmeloord ging het verhaal de auto uit om een paar seconden later in de redactiebox te belanden. Toen wij in Groningen de bestemming bereikten, liet de eindredacteur zonder zelfs maar één wijziging het stuk passeren. Tenminste, dat denk ik.


het ontslagcircus - alles wat je moeten weten als je eruit vliegt

Een lange neus naar het doemdenken

Door Henk Vlaming in Journalistiek bedrijven op 3 January 2008

De burelen in de kantoortuin van de uitgever waren voor meer dan de helft leeg vanmorgen. Tal van redacteuren staan zeker nog op de latten op Europese skioorden. De redacteur waar ik veel mee werk was net terug. Ik was benieuwd waarvoor hij mij had laten komen, zo vroeg in het jaar. Redacties communiceren doorgaans alleen via telefoon en e-mail met hun freelancers.

Maar deze redacteur wilde graag overleg op kantoor. Dan is er iets speciaals aan de hand, zeker als je nog geeneens een jaar voor de club werkt.

Al snel kwam de aap uit de mouw. Het blad gaat uitbreiden. Of ik meer artikelen kan en af en toe een beetje coördinerend werk kan doen.

Nou, met zulke vragen mag je me elke dag langs laten komen. Alleen al vanwege het vertrouwen en de erkenning die uit zo’n vraag spreken. Bovendien is werken voor een blad dat groeit, bloeit en investeert heel inspirerend. En dat nog wel in een tijd dat redacties beknibbelen alsof ze van een uitkering moeten rondkomen.

Toch is dit nieuws minder gek dan op het eerste gezicht lijkt. Het gaat uitzonderlijk goed met tijdschriften, zo las ik op NU.nl. Hoe anders zag het er nog maar een paar jaar geleden uit? Nieuwe media (internet) zouden de nieuwe media de das om doen. Kijk maar naar de dagbladen, daar dalen de oplagecijfers nog steeds. Maar tegen de voorspellingen in veren de tijdschriften dus flink op.

Ik heb altijd mijn bedenkingen gehad over de kracht van de nieuwe media. Blij toe dat ik nu een beetje gelijk krijg. Volop kansen in de oude journalistiek voor freelancers.

Zijn er dan nog wolkjes, met zo veel goed nieuws? Toch wel. Met zulke rooskleurige geluiden is het heel goed denkbaar dat dit jaar nog drukker gaat worden dan het vorige. Waar haal ik de tijd vandaan?


het ontslagcircus - alles wat je moeten weten als je eruit vliegt

Professionele rafels als handelsmerk

Door Henk Vlaming in Journalistiek bedrijven op 2 January 2008

 

Wat doe je op de eerste werkdag in het nieuwe jaar? Een half uur te laat komen op de allereerste afspraak. Gelukkig ging het om iemand met wie ik een kantoor deel, dus was het niet erg. Toch ben ik bang dat ik hiermee de toon voor 2008 heb gezet. Ik ben namelijk een chronische telaatkomer.

De mensen die mij wat langer kennen, weten inmiddels dat ik geen man van de klok ben. Mensen die me pas kennen, vergeven me ruimhartig. Dat is nog eens een kerel die doorwerkt, hoor ik ze denken. Te laat komen wordt geassocieerd met drukke agenda’s en opgestroopte mouwen.

Lang heb ik gedacht dat ik verkeerd plan. Ik vertrek te laat, onderschat de files of bereken de reistijd verkeerd. Maar na jaren van toeren door heel Nederland, weet ik natuurlijk best hoe laat ik de deur uit moet. Dus hanteer ik de laatste tijd andere verklaringen: druk, er kwamen nog wat telefoontjes, afspraken liepen uit.

Het echte antwoord? Een beetje te laat vind ik niet erg. Tenminste, niet zo lang ik de deur nog niet uit ben. Eenmaal in de auto, ja, dan vind ik het wel vervelend. Noem het een gebrekkige voorbereiding.

Ik houd niet van die verklaring, want zo lijkt het alsof ik niet professioneel ben. Wat eigenlijk inderdaad het geval is. Maar ik merk dat de meeste professionals wel ergens steken laten vallen. Soms zijn ze fantasieloos, onzorgvuldig, ondeskundig of ongeloofwaardig. Iedereen heeft rafelrandjes in de beroepsuitoefening. De meeste mensen komen er mee weg doordat ze ergens anders heel goed in zijn.

Ooit heb ik een workshop gevolgd waarin me werd geleerd om juist kracht te zetten op mijn zwakke kanten. Zo word je een completer mens. Ik vond het wel een wijs inzicht, maar ik kom nog steeds te laat.