het ontslagcircus - alles wat je moeten weten als je eruit vliegt

Wacht maar af, mannetje

Door Henk Vlaming in Journalistiek bedrijven op 29 November 2007

“Als u mijn naam noemt komt u in grote problemen.” Hoorde ik dat goed? Dat leek wel een bedreiging. Nog wel van een topambtenaar, een directeur van het ministerie van OCW. Wat zou hij van plan zijn? Een protestbrief? Een advocaat? Een paar zware jongens?

Even een paar uur terug. Ik had die ambtenaar gebeld omdat hij zijn naam onder een petitie op internet had achtergelaten. Daarbij had hij ook zijn functie vermeld, dus polste ik zijn actiebereidheid.

“Dat is privé, ik wil hier niet op ingaan”, zo luidde de reactie. Privé? Toch niet als je tekent met je functie als directeur, en daar ook nog de naam van het desbetreffende departement bij zet? Dan teken je vanuit je functie.

Dat vertelde ik hem. Plus het feit dat ik zijn weigering om openheid van zaken te geven publicabel achtte. Op dat moment moet die man uit een soort paniek zijn gaan dreigen.

Bedreigd ben ik wel vaker, maar uitsluitend via een advocaat. Dit keer was de dreiging niet expliciet, dus moet ik raden. Maar eigenlijk denk ik niet dat de topambtenaar zijn dreigement zal uitvoeren.

Toch was het een rare ervaring. Sinds terrorisme mode is, zijn de normen voor emotionele uitingen veranderd. Wacht maar af, mannetje. Is dit al strafbaar? Wat vroeger machteloos gemopper was, heet nu al gauw een dreigement. Tja, zo wordt Nederland natuurlijk vanzelf onveilig.

Ik heb me de laatste jaren wel eens afgevraagd of ik ook nog eens bedreigd zou worden. Je loopt als journalist tenslotte het risico. Dan zou ik ook in het rijtje komen van bedreigde Nederlanders, net als Hirshi Ali en Geert Wilders.

Ik denk niet dat het gaat lukken, dus heb ik maar geen aangifte gedaan. Dit historische moment gaat ongemerkt voorbij. Gelukkig heb ik nog een blog. Nu maar hopen dat iedereen het leest.


het ontslagcircus - alles wat je moeten weten als je eruit vliegt

Goede tekst is duur

Door Henk Vlaming in Journalistiek bedrijven op 28 November 2007

“De teksten van ons personeelsblad zijn niet helemaal wat ze moeten zijn.” Of ik er eens naar kon kijken. De juffrouw die belde had mijn tekstbureau gevonden op internet.

Maar toen. Twee dagen, dan moest de klus af. Alles stond al in pdf. Wat is de prijs? “We hebben maar een klein budget.” Ik voelde nattigheid.

En ja hoor, toen ik aan het eind van de middag de prijs noemde was de teleurstelling hoorbaar. “Dan moeten we iets anders bedenken”, klonk het gelaten.

Prijzen zijn wel vaker een breekpunt bij tekstproducties. Een paar weken geleden belde een transportbedrijf voor een offerte. Het ging om de complete verzorging van een personeelsblad. De prijs betekende het einde van het contact.

Waar uitgevers een scherp besef hebben van prijzen voor teksten, is het benul in het bedrijfsleven helemaal zoek. Een mooi blad, een website, ze willen het allemaal. Dat drukkers en webdesigners wat kosten, dat snappen ze. Techniek daar kun je niet mee spotten.

Maar zodra het gaat om tekst, raken ze de weg kwijt. Ze hebben geen idee van de uren die er mee gemoeid zijn. Wat zo’n uur kost weten ze evenmin.

Teksten zijn nu eenmaal duur, want ze zijn arbeidsintensief. Is dat erg? Natuurlijk niet, tekst is nu eenmaal de drager van onze kenniseconomie. Zonder het geschreven woord zouden we afglijden naar de middeleeuwen.

Alles goed, maar wat moet je daarmee als freelance journalist? Poot stijf houden. Als opdrachtgevers uitsluitend in een zacht prijsje geïnteresseerd zijn, is niemand tevreden. Te duur ben je dan altijd. En ontevreden ook. Want werken voor een centenbijter, dat gaat al snel vervelen.


het ontslagcircus - alles wat je moeten weten als je eruit vliegt

Voor eeuwig op de plank

Door Henk Vlaming in Journalistiek bedrijven op 28 November 2007

De ene na de andere collega wandelde vanmiddag naar binnen. Collega’s die jaren met elkaar hebben gewerkt verzamelden zich aan de bar. Net een reünie, die borrel van Ben. Hij vierde dat zijn managementboek was uitgegeven. Familie, vrienden en collega’s mochten het mee vieren, dus pikten we met z’n allen een glaasje.

Een boek, daar mag je inderdaad op klinken. Niet alleen heb je een berg werk verzet, je bent ook een deskundige. Want een managementboek is gebundelde kennis die jij als auteur aan de wereld openbaart.

Maar, vertelde Ben, een boek schrijven is vooral leuk om te doen.

Die boodschap is niet aan dovemansoren besteed, merkte ik vanmiddag. Een van mijn collega’s presenteert in december haar boek. Een andere is volop bezig er eentje te schrijven. En ik ben een paar weken geleden ook gevraagd door een uitgever om hetzelfde te doen. Zo leek het wel een schrijverscollectief, daar in dat Amsterdamse café.

Natuurlijk wilde ik als aankomend boekschrijver weten wat mij te wachten staat. Hoe lang ben je bezig, hoe veel je er mee verdient, hoe het met de promotie van je boek zit.

Voor het geld hoef je het niet te doen, zo vertelden de ervaren auteurs in koor. Het kost je bovendien je schaarse vrije tijd.

Toch schrikt het niemand af. Ben weet bijvoorbeeld zeker dat hij een tweede boek gaat schrijven. Ik voelde mij evenmin ontmoedigd.

Het is een cliché, maar schrijven doe je niet voor het geld. Je doet het omdat je het kunt en omdat je wat te vertellen hebt. Dezelfde drijfveer van veel journalisten. Maar het werk van een journalist eindigt bij het oud papier. Een boek staat voor eeuwig op de plank.


het ontslagcircus - alles wat je moeten weten als je eruit vliegt

Bedrijven schrijven de gekste teksten

Door Henk Vlaming in Journalistiek bedrijven op 27 November 2007

“We hebben een whitepaper geschreven, zou je daar eens naar willen kijken?” Een paar weken geleden kreeg ik telefonisch deze vraag voorgelegd.

“Geen probleem”, zei ik stoer. “Stuur maar op.”

Zodra ik de telefoon had neergelegd zocht ik op internet wat een whitepaper is. Een technisch document dat beschrijft hoe een dienst of product een specifiek probleem oplost, zo las ik op een website. Een beslisdocument dat managers helpt bij het nemen van strategische beslissingen, zo stond ergens anders.

Gewapend met die informatie las ik de lap tekst door die ik had gekregen. Een doorwrocht artikel, maar het leek niet op de beschrijving op het internet. Dat vertelde ik de afzender dan ook, alsof ik al jaren de wijsheid in pacht had.

Sinds ik me verdiep in de bedrijfsjournalistiek, kom ik de gekste teksten tegen. Webteksten, advertorials, bedrijfsreportages, boekjes, gastcolumns, reclameteksten en nu dus een whitepaper. Lawines aan tekst, met telkens één grote gelijkenis: bedrijven weten niet wat ze zeggen willen, en ook niet hoe ze het moeten zeggen.

Daarvoor worden dus dure schrijvers en redacteuren ingehuurd. Die nemen bedrijven de pen uit de stroeve vingers. Het resultaat: nog meer teksten.

Zouden er echt mensen zijn die het allemaal lezen? Dat kun je je ook afvragen bij de gewone journalistiek. Maar de wil om gehoord te worden is nu eenmaal sterker dan de zin van het luisteren. Voor dat laatste zijn er gelukkig journalisten. Verdiepen in zaken die eigenlijk niemand wil begrijpen. Je moet het maar kunnen.


het ontslagcircus - alles wat je moeten weten als je eruit vliegt

Werknemers lijken steeds meer op freelancers

Door Henk Vlaming in Journalistiek bedrijven op 22 November 2007

Het was al pikdonker toen ik in de auto stapte om na een late afspraak huiswaarts te gaan. Mijn mobiele telefoon lichtte op. Een sms-bericht van een collega. Doktoren hadden na lang onderzoek een chronische ziekte vastgesteld.

Daar was ik even stil van, daar in die donkere straat in een klein stadje in het Gooi. Ik wist niet eens dat er iets loos was. Daar bleef het niet bij. Toen ik ’s avonds nog even achter de pc schoof, kwam er een e-mail binnen. Een andere collega had het over haar burnout, die haar bleef achtervolgen.

Daar zat ik dan, kniezend over mijn bestaan dat zo druk is dat ik ’s avonds doodmoe op de bank hang. Maar wat een boffer ben ik, zo weinig sores terwijl er zo veel mis kan gaan. Niet dat ik daar nooit aan denk. Zodra iets in mijn lichaam of mijn geest het begeeft, is het afgelopen met een heleboel dingen. Mijn werk, mijn loopbaan, misschien zelfs mijn huisvesting.

Als freelancer ben je er mee vergroeid dat bestaanszekerheid broos is. Je schijnt je te kunnen verzekeren tegen werkloosheid en uitval wegens ziekte. Een collega heeft eens verteld dat hij de premie niet meer kon betalen toen het een tijdje slechter ging. Exit dekking.

Als zelfstandige zonder personeel is die onzekerheid onderdeel van het dagelijks leven. Vroeger was ik wel eens jaloers op werknemers, die volgeladen met valschermen en parachutes door het leven gingen. Maar het lijkt erop dat hun de bestaanszekerheid minder wordt. De discussie over de ontslagbescherming volg ik wat dat betreft met belangstelling. Hoe meer de sociale zekerheid wordt afgebroken, hoe meer werknemers wat dat betreft gaan lijken op freelancers.

De waarheid is dat we allemaal moeten werken in de hoop dat we overeind blijven. In de wetenschap dat er niet veel overblijft als we omvallen.


het ontslagcircus - alles wat je moeten weten als je eruit vliegt

De Wet van het Kaartenhuis

Door Henk Vlaming in Journalistiek bedrijven op 20 November 2007

Vanmiddag at ik een broodje met een vroegere schoolmakker. Samen doorliepen wij de school van de journalistiek. Hij is voorlichter geworden, ik freelance journalist.

“Heb je als freelancer geen problemen met je tijdsindeling?” informeerde hij.

Helaas heb ik die problemen. Al een tijdje loop ik zeker een halve dag achter. Vier uren, dat lijkt weinig. Toch is de ellende groot.

Dat werkt zo: een artikel of een bericht dat vandaag af moe zijn, schuift op van de ochtend naar de middag. Maar die middag is eigenlijk bezet door iets anders. Telefoontjes, interviews, een andere deadline. Die verhuizen naar de volgende dag. Maar daar staat weer een deadline, of een afspraak.

Dan komt er een belangrijk keuzemoment. Geef je die volgende dag voorrang aan het uigestelde werk of aan het werk dat je volgens planning moet doen? Welke keuze ik ook maak, mijn agenda voor deze dag is ook al weer vervuild.

De schade probeer ik te herstellen door harder te werken. Daarmee loop ik die vier verloren uren niet in, want er gebeuren altijd onvoorziene dingen. Zo had ik vanmorgen ergens een map met aantekeningen laten liggen. Er ging drie kwartier verloren om die weer terug te halen.

Daarnaast ben je extra tijd kwijt door redacties aan het lijntje te houden. Afspraken lopen soms mis, waardoor ook de bronbewerking soms fout dreigt te lopen. Vier uur vertraging zet dan ook de Wet van het Kaartenhuis in werking. Er gaat steeds meer mis en er is steeds meer kracht nodig om de schade te herstellen.

“Neem dan wat minder werk aan”, zo krijg ik wel eens te horen. Maar daarmee maak ik het kaartenhuis alleen maar kleiner, niet sterker. Met minder tijdsdruk doe ik gewoon langer over hetzelfde werk.

Ergens moet je inlopen, en dat kan ook. Telefoon uit, geen e-mail beantwoorden, alleen het noodzakelijke werk. Die telefoontjes en die e-mail komen later wel. Dan begint de vier uur-cyclus weer opnieuw.


het ontslagcircus - alles wat je moeten weten als je eruit vliegt

De groeten uit India

Door Henk Vlaming in Journalistiek bedrijven op 20 November 2007

Ik kreeg vanavond een piepklein berichtje via internet van een collega die wel eens artikelen voor mij schrijft. Ze deed de groeten van een wederzijdse kennis. Een consultant uit India die ik een jaartje geleden in Amsterdam had ontmoet. Mijn medewerkster en die consultant hadden samen geluncht in Goa, India.

Die consultant had ik laten interviewen in het blad waarvan ik hoofdredacteur was. Om dat interview voor te bereiden had ik met haar afgesproken in Amsterdam. Bij die gelegenheid was ook de fotograaf langsgekomen. We hadden een goed gesprek gehad, veel inzichten opgedaan en me bovendien vermaakt. Zo’n ontmoeting die het belang van de platte zakelijkheid even ontstijgt omdat je elkaar wel mag. Een van mijn journalisten hield later het interview en de consultant ging weer naar India.

Nu heb ik veel vaker boeiende gesprekken in ons beroep, maar de meeste vergeet ik uiteindelijk weer. Veel contacten sterven nu eenmaal af doordat ze niet meer worden gevoed. Al die mensen, hun verhalen, hun inzichten, ze gaan zoals ze zijn gekomen. Sommigen blijven, die hebben nog nut. Dat is het professionele netwerk.

Misschien zou deze ook naar de randen van het geheugen zijn afgedreven, als deze kleine groet uit India mij niet had bereikt. Die consultant zit niet direct in mijn netwerk, veel te ver uit de buurt. Maar dat kleine gebaar, even geen zakelijkheid, maar gewoon vriendelijkheid.

Hoe aardig mijn bronnen, mijn collega’s, mijn opdrachtgevers en mijn medewerkers ook zijn, calculerend zijn ze altijd. Net als ik. Gewoon een aardig gebaar dient geen zakelijk doel. Juist daarom is het zo’n fijn tussendoortje.


het ontslagcircus - alles wat je moeten weten als je eruit vliegt

Een visitekaartje als zakelijke graffiti

Door Henk Vlaming in Journalistiek bedrijven op 15 November 2007

Toen ik een kabeltje zocht in mijn troeplade zag ik op de bodem drie visitekaartjes. Mijn naam bleek erop te staan, onder de titel van het tijdschrift waarvan ik hoofdredacteur ben. Uitgevoerd in rood, zwart en wit. “Henk Vlaming, hoofdredacteur” staat er. De vorige uitgever heeft ze laten drukken.

Die kaartjes zijn in onbruik geraakt toen er een andere uitgever kwam, de redactie verhuisde van Nieuwegein naar Den Haag en ook het e-mailadres wijzigde. De paar honderd visitekaartjes waren op slag onbruikbaar. Ik was vergeten dat ze er nog waren.

Ergens in huis heb ik een mapje met alle exemplaren van mijn vroegere visitekaartjes. De eerste liet ik drukken in de jaren tachtig, bij de drukker om de hoek. Het was een langwerpig, beige kaartje waarop mijn naam cursief gedrukt is. Toen ik eind jaren tachtig verhuisde, kwam er een strak, wit kaartje met strakke zwarte letter. Zelfde naam, ander adres, ander kaartje. Zeven heb ik er gehad.

Nu heb ik twee verschillende visitekaartjes: de één vertelt dat ik freelance journalist ben, de andere zegt dat ik een BV vertegenwoordig, wat ook zo is. De eerste is blauw, groen, wit en zwart. Mijn vrouw heeft die ontworpen en de kaartjes zijn online besteld. De ander is wit, zwart en oranje, de huiskleur van mijn BV, en heeft ronde hoeken.

Wat het internettijdperk ook heeft veranderd, het ouderwetse visitekaartje leeft meer dan ooit. Het is onverminderd de graffiti van het zakenleven. Dankzij innovatie van druktechnieken is de uitvoering fraaier dan ooit: dubbel gedrukt, voorzien van foto’s en alle kleuren van de regenboog. Bijna voor niets, want vaak is een lunch duurder dan honderd kaartjes.

Wat onveranderd is gebleven is de functionaliteit. Op mijn bureau ligt een vuistdikke stapel kaartjes, herinneringen aan ontmoetingen. De meeste mensen die ze vertegenwoordigen zal ik nooit meer zien. Maar soms, als ik zoek naar een bron, loop ik door die stapel heen. Je weet maar nooit. Met dat gevoel deel je ook je kaartjes uit. Eén van de sterren aan een hemel die bezaaid is met asteroïden. Misschien dat je nog eens wordt gezien.


het ontslagcircus - alles wat je moeten weten als je eruit vliegt

Bronnen door een hoepel

Door Henk Vlaming in Journalistiek bedrijven op 14 November 2007

Soms heb ik nog vlak voor de deadline een bron nodig. Vandaag had ik zo’n probleem. Morgen moet ik gaan schrijven aan een lang artikel, maar de bronnen zijn wat mager. Om half vijf deed ik nog een poging een extra bron te bellen, een deskundige auteur en dus gezaghebbend.

De man had pas overmorgen tijd. Te laat voor mij, maar hoe kon ik dat duidelijk maken zonder opdringerig te zijn? Ach, overmorgen komt mij slecht uit, zei ik. Al denkend deed ik de suggestie om na werktijd nog even te praten. Hij hapte toe.

Journalisten bepalen terecht de regels als het gaat om bronbewerking. Zij weten wat ze nodig hebben en ook hoe ze het willen krijgen. Hoe je dat doet? Ach, het ligt eigenlijk voor de hand. Het gaat om de juiste keuze op het goede moment. Hier de top 10 van bronbewerking. Tip 1 werkt meestal, de rest is voor als dit aanslaat.

Luisteren. Mensen willen graag hun kennis spuien, ze hebben er zo veel van. Eindelijk iemand die het horen wil.

Autoritair. Goedemiddag, ik ben die-en-die en ik ben daar-en-daar naar op zoek. Of u mij even de informatie kunt geven.

IJdelheid. U bent de allerbeste bron van het hele land, een geweldige deskundige.

Clubgevoel. Ik ga een fantastisch verhaal maken en als u meewerkt, dan delen we in de pret.

Slachtoffer. Ik moet dit verhaal maken, maar het is moeilijk. U kunt mij over het dode punt helpen.

Lachen. Grapjes, geintjes, ze werken als smeerolie.

Herkenning. Ja, dat heb ik ook een keer meegemaakt. Mensen gaan je mogen.

Missie. Ik vind het absoluut belangrijk om dit op te schrijven. Iedereen wil het hogere doel dienen.

Recommandatie. Ik heb gehoord van die-en-die dat ik bij u moet zijn.

Het lot. Ik heb opdracht om dit verhaal te schrijven en u staat op mijn lijst.


het ontslagcircus - alles wat je moeten weten als je eruit vliegt

Hoe gaat het? – Goed hoor

Door Henk Vlaming in Journalistiek bedrijven op 9 November 2007

“Alles goed met je?” De beleefdheidsvraag klinkt wel tien keer per dag in mijn oren. Even zo vaak stel ik die zelf. Soms ontmoet ik iemand en dan stellen we die vraag per ongeluk tegelijk, waarna we ook nog eens allebei tegelijk antwoord geven. Ontmoetingen zijn inderdaad vaak vergeven van de automatismen.

Maar niet altijd gaat het daarbij alleen om de macht der gewoonte. Vandaag sprak ik een redacteur die vertelde dat ze wat privéprobleempjes had. Ziekte in de familie. Dan praat je daar even over.

Ik heb me toen opnieuw voorgenomen om de beleefdheidsvraag niet alleen maar als een neutrale opening te zien bij het aangaan van een zakelijk contact. Het is goed als het informeren naar iemands welzijn, ook oprechte belangstelling inhoudt.

Als je deze vraag namelijk alleen maar uit gewoonte stelt, ben je niet geïnteresseerd in het antwoord. Stel je voor dat je moet luisteren naar geklaag. Met zo’n instelling hoor je in feite niet meer wat iemand te zeggen heeft.

Terwijl het daar in de journalistiek toch juist om gaat: eerst luisteren, dan pas vertellen. Zodra je aan iemand vraagt hoe het gaat, bied je een stukje van je aandacht aan. Iemand mag die kostbare tijd helemaal voor zichzelf gebruiken, zelfs als het om een privékwestie gaat.

De betekenis van dat gebaar is belangrijk. Je zegt hiermee dat de persoon tegenover jou waarde voor je heeft. Als je vervolgens de signalen niet oppikt, geef je aan dat die waarde minimaal is.

Ik weet uit ervaring hoe het voelt als je even stoom wil afblazen en een ander geeft je daarvoor niet de ruimte. Dat onthoud ik, dan gaan er een paar deurtjes dicht. Zakelijk vechten we allemaal voor ons eigen belang, dat begrijpt iedereen. Maar als mensen hebben we elkaar heel erg nodig, ook als we keihard bezig zijn met ons eigen voordeel.