het ontslagcircus - alles wat je moeten weten als je eruit vliegt

De botteriken van de journalistiek

Door Henk Vlaming in Journalistiek bedrijven op 28 September 2007

 

Vandaag heb ik gesmuld, en wel van De Pers. Er stond een meer dan fantastisch verhaal in over Ferry Mingelen onder de kop ‘De totale Ferry’ (http://www.depers.nl/binnenland/107028/De-totale-Ferry.html). Het was een bij vlagen hilarisch verhaal van Peter Middendorp, die zijn worsteling beschreef als nieuwbakken politiek correspondent. Hij snapte niks van het wereldje en kreeg aanvankelijk geen poot aan de grond. Toch stond de krant elke dag vol met politiek nieuws dat hem compleet was ontgaan.

Model voor de Haagse journalistiek stond in dit verhaal dus Ferry Mingelen. De best geïnformeerde ingewijde die zo dik in de ‘inner circle’ zit, dat hij één is geworden met de wereld die hij als onafhankelijke waarnemer verslaat. Middendorp beschrijft hem als een journalistieke veteraan die zijn imago buitengewoon goed bewaakt. Alleen wie daaraan bijdraagt, krijgt zijn aandacht.

Wat mij het meest fascineert in dit verhaal, is Middendorps beschrijving over het hiërarchisch denken van het journaille. De auteur in kwestie is freelancer. Zodra de Haagse journalisten daar achter kwamen, werd hij niet meer serieus genomen.

Toen ik dat las, rinkelde er een belletje van herkenning. Journalisten van landelijke media zijn zich meer dan bewust van hun status en macht. Collegialiteit die in de journalistiek een groot goed is, is hier dun gezaaid.

Begrijpelijk natuurlijk, want hier gaat het om grote belangen en iedereen wil graantjes mee pikken. Je moet je wel indekken. Maar die terechte reflex lijkt bij de landelijke media wel eens wat te zijn doorgeschoten.

De eerste keer ervoer ik dat toen ik een Parool-journalist interviewde. Veel meer dan “ja” en “nee” kwam er niet uit, hoewel hij niet onaardig was verder. De tweede keer was tijdens een jaarvergadering van de NVJ, de journalistenbond. Toen ik een praatje ging maken met een Vara-journalist, liep hij nog net niet door mij heen. Elsevier, waar ik een jaar als freelancer heb gewerkt, heb ik allerminst als een warm bad ervaren. Het is een van de weinige bladen waar ik niet meer voor wilde schrijven.

Communicatiebureaus hoor je ook nog wel eens klagen over de wie-denk-jij-wel-niet-dat-je-bent-houding die je bij grote bladen aantreft. Niet dat dit gemeengoed is bij de landelijke media. Maar voor een botterik hoef je daar nooit ver te zoeken.

Als freelancer hoor ik niet bij de journalistieke elite, dus lachte ik hartelijk om Middendorps verhaal. Dat vreemde gilde dat zelfs de brug optrekt voor andere journalistieke echelons. Met kwaliteit of kunde heeft dat niets te maken. Alles gaat om afkomst.

 


het ontslagcircus - alles wat je moeten weten als je eruit vliegt

Arm, eenzaam, onbeduidend

Door Henk Vlaming in Journalistiek bedrijven op 27 September 2007

 

Vanmorgen ging ik een kopje koffie drinken bij een kennis. Een paar keer heb ik voor hem een schrijfklus opgeknapt. Dit jaar ging hij failliet. Dramatisch, maar hij krabbelt er wel weer bovenop.

Natuurlijk praatten we hier over, zo’n onderwerp negeer je niet. Waarbij ik vooral hoopte dat het mij niet gaat overkomen. Met financiële gezondheid is het net als met gezondheid van lichaam en geest. Het gaat goed zo lang het goed gaat. Als je freelancer bent, telt dat des te meer. Hoe vol je orderportefeuille ook is, veilig ben je nooit.

Toch ben ik nog nooit failliete freelancers tegengekomen. Wel heb ik collega’s gesproken die opdrachtgevers kwijt raakten die ze niet konden missen. Ook hoor ik wel eens freelancers die schrale perioden meemaken. Maar de meeste freelancers doen alsof het aanhoudend crescendo gaat. Of dat de waarheid is wil ik niet weten. Zelfstandigen tonen hun kwetsbaarheid niet.

Gelijk hebben ze. Ik heb eens iemand geïnterviewd die zei dat persoonlijke financiën taboe zijn geworden. Je seksleven is nog beter bespreekbaar, meende hij. Dat klonk herkenbaar, daarom heb ik het onthouden. Zakelijk succes zegt iets over je zelfstandigheid. Vrijheid, autonomie, het zijn waarden die louter positieve associaties hebben. Daar wil iedereen mee in verband worden gebracht.

Ik kom dan ook vaak journalisten en ook communicatiemensen tegen die mijmeren over het bestaan als freelancer. Die oceaan van vrijheid, wie wil dat nu niet? In een tijd van economische voorspoed is niemand bang om uit te varen.

Dat zelfstandigheid ook kan leiden tot armoede, professionele eenzaamheid en zelfs onbeduidendheid, daar denken die mensen liever niet aan. Er zijn inderdaad zo veel leukere dingen in het leven.


het ontslagcircus - alles wat je moeten weten als je eruit vliegt

Vertrouw nooit een deskundige

Door Henk Vlaming in Journalistiek bedrijven op 26 September 2007

 

Vraag eens een aantal deskundigen wat ze vinden van die nieuwe campagne. Maandag kreeg ik deze opdracht van een redactie. Een makkie, dat wist ik toen al. Vandaag maakte ik het rondje. Inderdaad een eenvoudige opdracht. Deskundigen doen niets liever dan hun deskundige oordeel vellen. Toch kunnen ze zelfs zo’n eenvoudige vraag nog verknallen. Dus zet ik de zeven valkuilen van de deskundige hieronder op een rijtje.

  1. De deskundigen spreken elkaar tegen. Heel goed, zegt de een. Waardeloos, meent een ander. Eigenlijk weet je dan nog niks als verslaggever.

  2. Allemaal zijn ze het roerend met elkaar eens. Vooral als ze slappe meningen geven is dat een ramp.

  3. Ze kletsen er allemaal een uur op los. Zo veel tekst heb je niet nodig, maar je bent toch uren bezig voor een klein stukje.

  4. Ze hebben geen mening. Vooral als de ene deskundige over een collega-deskundige moet oordelen, krijgen ze nog wel eens slappe knieën.

  5. Ze gaan slap leuteren. Sommige deskundigen zien hun kans schoon en roepen van alles, zonder dat ze iets zinnigs zeggen.

  6. Ze liegen alsof het gedrukt staat. Soms blijken de deskundigen helemaal niet zo deskundig te zijn. Als leek is het moeilijk om ze te betrappen. Daar zorgen achteraf de lezers dan wel voor.

  7. Ze gaan met je aan de haal, willen vooraf lezen wat je gaat schrijven en zijn zo deskundig dat je hun mening altijd tekort doet.


het ontslagcircus - alles wat je moeten weten als je eruit vliegt

Proza vloekt met journalistiek

Door Henk Vlaming in Journalistiek bedrijven op 25 September 2007

 

Soms kun je wat leren van collega’s. Met belangstelling heb ik het profiel gelezen dat Fons de Poel vandaag in De Pers schreef over Philips-topman Gerard Kleisterlee. Dit past in een serie portretten die hij regelmatig voor deze krant maakt. Ik ben vooral getroffen door de fraaie manier waarop De Poel schreef. Literair bijna. “De topindustrieel die vanuit zijn bolide een voorzichtige blik werpt op zijn verleden.”

Dichterlijke vrijheden kom je weinig tegen in de gewone journalistiek. Frivoliteiten die er tussendoor glippen zijn vaak flauw.

Een beetje jaloers was ik wel op De Poel. “Kan ik ook”, gonsde het door mijn hoofd. Waarna ik mij ging afvragen of ik wel eens zulke teksten aflever. Zelden. Een enkele keer vlecht ik wel eens wat door een langere tekst, maar ik ben hier heel terughoudend mee.

Dat heeft ook een praktische reden. Mooischrijverij betekent dat spreekwoordelijke tandje extra dat je moet bij zetten. Dat is een tijdsinvestering. Meestal heb ik de tijd niet. Vanmiddag nog moest ik bijvoorbeeld nog twee berichten schrijven voor de middag om was. Haast dicteerde het resultaat. Meer dan de dorre feiten staat er niet in, wat overigens ook de bedoeling is.

Zelden heb ik tijd om er eens goed voor te gaan zitten om teksten sterker te maken. Als ik dat al doe, is het vaak ’s nachts. Dan doen uren er minder toe en de telefoon leidt niet af.

Ik vraag mij af hoe lang De Poel over zijn kunstzinnige tekst heeft gedaan. Die schud je niet even uit je mouw. Kennelijk voelde hij minder tijdsdruk.

Schrijven is een heel mooi ambacht. Maar het is jammer dat tijdsdruk er zo veel invloed op heeft in de journalistiek. Jammer ook dat journalisten zich er door laten beïnvloeden. Sterke teksten brengen juist in deze tijd van snelle berichtgeving iets extra’s.

 


het ontslagcircus - alles wat je moeten weten als je eruit vliegt

Taalvernieuwing van Overtoom

Door Henk Vlaming in Journalistiek bedrijven op 21 September 2007

 

De firma Overtoom heeft ons verblijd met een nieuw woord: poeremetator. Dagelijks figureert deze term in een reclamespotje. Mijn vrouw kende het woord: een perforator (gaatjesprikker). Als kind hoorde zij de term op het kantoor waar haar pleegmoeder werkte. Een verbastering van perforator en poeren.

Vanmorgen zocht ik op internet naar de historische achtergrond van het woord. Tevergeefs. Allerhande internetfora staan er vol van, maar de herkomst is niet te vinden. Lexicograaf Ewoud Sanders van de Woordhoek in NRC.nl (http://weblogs.nrc.nl/weblog/woordhoek/) heeft het over een fantasiewoord.

Bij navraag blijkt de pleegmoeder het woord poeremetator niet te kennen. Het lijkt een gelegenheidswoord uit de vroegere kantoorwereld. Het verbasteren van dure woorden voor eenvoudige spullen is een gewoonte van alle tijden.

Een mooi staaltje van taalinnovatie dus, met dank aan Overtoom. Maar helaas gaat de vernieuwing van taal niet zo snel als deze onderneming misschien hoopt. Het is geen geleidelijk proces waarin sommige woorden verouderen, en anderen ingeburgerd raken, vaak overgenomen uit jargon. Media spelen daarin een grote rol. Professionele schrijvers zijn altijd op zoek naar nieuwe woorden, maar hebben een goed gevoel voor het bruikbare. Zo is het woord “überhaupt” niet meer weg te denken, ook al betekent het niks. Ouderwetse woorden daarentegen mijd je. “Edelmoedig” gebruik je niet meer zo snel, hoewel het mag.

Het is onwaarschijnlijk dat poeremetator de dikke Van Dale zal halen. Toch is poeremator op 17 september uitgeroepen tot het Woord van de Dag (http://www.woordvandedag.nl/?datum=17-09-2007&citeer=6746). Bovendien poogt de firma Overtoom het woord een eigen leven te bezorgen. De kantoorhandel heeft het als domeinnaam laten vastleggen (zie www.poeremetator.nl). De aanloop naar Overtoom op internet is met 20 procent gestegen dankzij de poeremetator, laat business manager Stephan Schroeders weten. De komieken Van Kooten & De Bie bewezen in de jaren tachtig al dat je met eigen verzinsels taal kan vernieuwen (regelneef, doemdenken).

Zo lang er te weinig woorden zijn om alles te zeggen wat wij denken, is er volop ruimte voor nieuwe woorden. Ze duiken dan ook regelmatig op, maar zo natuurlijk dat we ze niet als nieuw herkennen. Wat mij betreft mag de poeremetator dan ook worden bijgezet in het letterkundig museum. Een geuzennaam uit de jaren zestig, een protest tegen de mondiale invloeden die onze taal in slopen.


het ontslagcircus - alles wat je moeten weten als je eruit vliegt

Aannemen is een marketingstunt

Door Henk Vlaming in Journalistiek bedrijven op 18 September 2007

Even heb ik getwijfeld donderdag, maar daarna wees ik de spoedklus toch af. Een verhaal van duizend woorden, te leveren op maandag. Dat haalde ik niet. Een klus afslaan, dat doe ik bijna nooit. Ik heb als freelance journalist minder dan vijf keer een opdracht geweigerd.

Ik gaf in mijn toelichting wel aan dat een dag extra voor deze klus verschil kon maken. Prompt kreeg ik die extra dag om alsnog te leveren. Ook dan is het nog moeilijk genoeg om het te halen. De tekst moet ik in elkaar knutselen op de dag van de deadline zelf.

Het aannemen van werk vind ik in meerdere opzichten van groot belang. Uiteraard omdat het gaat om mijn brood. Maar er is meer. Het is ook vanuit marketing belangrijk. Redacties hanteren namelijk voorkeurslijstjes bij het uitzetten van artikelen. Die lijsten wijzigen vaak en zijn afhankelijk van recente ervaringen met freelancers. Eigenlijk is de samenstelling van de lijsten te vergelijken met een dagprijs op een menu.

Belangrijke selectiecriteria zijn allereerst de te verwachten kwaliteit. Kan de journalist iets leveren dat publicabel is zonder al te veel bewerking? Beschikbaarheid is minstens zo’n belangrijk selectiecriterium. Zeg nee en je bruuskeert je opdrachtgever. Hoe je het wendt of keert, je zadelt hem/haar op met een probleem. Onbetrouwbaar dus, en dat beeld blijft hangen.

Ik merk dat ook in mijn functie als hoofdredacteur. Dan zet ik ook verhalen uit. Sommige goede journalisten zijn gedaald op mijn voorkeurslijst omdat ze vaak nee zeggen. Betrouwbare levering, dat is weer wel belangrijk. Houd de deadline in het oog, zeker als je schrijft voor een krant of een weekblad. Maandbladen zijn iets flexibeler. Maar is de klant nieuw, lever dan stipt. De eerste goede indruk is onuitwisbaar, ook in de journalistiek.


het ontslagcircus - alles wat je moeten weten als je eruit vliegt

Mijn bekering tot powerpoint

Door Henk Vlaming in Journalistiek bedrijven op 15 September 2007

 

Vanmiddag heb ik op kantoor een powerpointpresentatie gegeven. Mijn gehoor bestond uit de tien medewerkers van het communicatiebureau waar ik mee samenwerk. Bladontwikkeling, daar ging het over.

Gisteravond heb ik die presentatie samen met mijn dochter in elkaar gesleuteld. Het is de derde keer dat ik zo’n ding gebruik. Eén keer heeft mijn dochter er eentje gemaakt voor een klant, een andere keer maakte ze iets voor een workshop die ik aan studenten gaf.

Ik vind het een onverwachts sterk medium, zo’n powerpoint. Ik heb er lol in om plaatjes van internet af te halen en die met korte teksten in en uit beeld te laten lopen. Mijn verhaal is ontaard in een soort stripverhaaltje met bewegende beelden.

Het eigenlijke verhaal praatte ik aan elkaar. Maar omdat er zo veel plaatjes waren, was mijn gesproken tekst ook beperkt. Deze aanpak lokte debat uit. Net als in de bioscoop wil iedereen door de film heen praten kennelijk.

Onbedoeld onderstreept het succes van de powerpointpresentatie mijn idee over informatieconsumptie. Informatie wordt lang niet meer allemaal gelezen, die wordt tegenwoordig beleefd. De term “infotainment” (samentrekking van informatie en entertainment) dekt heel goed de lading van deze trend.

Internet heeft die ontwikkeling in gang gezet. Mensen worden overspoeld door informatie, maar de duiding daarvan is zoek. Men wil begrijpen. Vermaak, gevoel, het is een soort mayonaise die onze informatiehausse consumeerbaar maakt.

Veel mensen vinden dit oppervlakkig en leeg. Maar wie volop meedraait in de informatiecultuur, weet infotainment op waarde te schatten.


het ontslagcircus - alles wat je moeten weten als je eruit vliegt

Geef mij maar een file

Door Henk Vlaming in Journalistiek bedrijven op 13 September 2007

 

Schiphol, dat is een kwartiertje rijden vanaf mijn huis. Dus als ik een half uur van tevoren wegga, ben ik mooi op tijd. Geen vuiltje aan de hand vanmiddag, toen ik wegreed naar mijn afspraak in Sheraton Schiphol. Dacht ik.

Uiteindelijk was ik bijna een kwartier te laat. Dat komt omdat het parkeerterrein zo ver weggemoffeld is op Schiphol. Alleen al het rijden naar de parkeerhaven op de luchthaven duurt bijna tien minuten.

Dan de lange wandeling naar de plaats van bestemming. De afstand is moeilijk te schatten, omdat je door een parkeergarage loopt, in een lift omhoog gaat en daarna door een lange gang moet. Ik schat een halve tot een hele kilometer.

Daarna moest ik nog de juiste plek in het hotel zoeken, een of andere vergaderruimte waarvoor ik opnieuw een lift moest nemen. Mijn bron stond al verveeld voor zich uit te kijken.

Reistijd zelf is dankzij routeplanners en verkeersinformatie voorspelbaar geworden. Maar parkeerplaatsen, die zijn rampzalig. De afstand tussen parkeerplaats en de echte plaats van bestemming lijkt steeds groter te worden.

Schiphol is wat dat betreft een hele nare locatie, ook al zijn er ergere. Zoals de universiteit Nijenrode. Daar ligt de parkeerplaats in de bossen, een halve kilometer van de campus.

Het ergste vanmiddag kwam toen ik wegging. Geen betaalautomaat te vinden. Na lang zoeken stond er eentje verscholen bij de uitgang. Die accepteerde alleen muntgeld. Ik had maar net genoeg bij me.

Geef mij maar een file. Ik zit warm en droog en heb er nog een muziekje bij ook.


het ontslagcircus - alles wat je moeten weten als je eruit vliegt

Toch maar geen persreisje

Door Henk Vlaming in Journalistiek bedrijven op 12 September 2007

 

Mijn vliegtuig landt vanavond om half elf op Schiphol. Alleen zit ik er niet in. Eind vorige maand kreeg ik een uitnodiging voor een tweedaagse persreis naar Milaan. Ik geloof dat deze reis door een groot it-bedrijf was georganiseerd. Het programma voerde naar een motorenfabriek.

Vaak krijg ik niet de kans op andermans kosten het luchtruim te kiezen. Een paar jaar geleden ben ik uitgenodigd voor een persreis naar Senegal. Toen ben ik niet gegaan. Daarna kwam er een uitnodiging om naar Amerika te gaan. Toen ging ik wel.

Persreizen zijn eigenlijk snoepreizen. Zelden is er dwingende noodzaak om naar het buitenland te gaan. Dus is het een soort vermaak dat je als journalist kunt goedpraten omdat het nu eenmaal werk is.

Zulke reisjes worden vaak georganiseerd door communicatiebureaus. Die hebben als taak om de pers bijeen te brengen. Dat lukt lang niet altijd, want journalisten hebben wel iets beters te doen. Maar omdat ze nu eenmaal niet met lege handen kunnen komen, beginnen communicatiebureaus soms Jan en alleman uit te nodigen. Ik vermoed dat ik ook zo in de prijzen viel.

Wat ik in Milaan moest doen werd me niet duidelijk, want de informatievoorziening was beperkt. Mijn opdrachtgevers zagen er niks in. Dat dreigde dus twee vrije dagen te worden. Die kon ik me niet permitteren. Ik heb uiteindelijk afgebeld. Flauw, vond ik eigenlijk.

Toch was dit een wijs besluit. Afgelopen dagen heb ik krom gelegen. Ik heb twee interviews afgenomen die ik nog moet uitwerken, tien berichten en drie langere verhalen geschreven (twee van 1 pagina en één van 3 pagina’s). Morgenochtend moet ik nog vier kleine interviewtjes uitwerken. Dat wordt overwerken vanavond.


het ontslagcircus - alles wat je moeten weten als je eruit vliegt

Een liegende voorlichter ontmaskerd

Door Henk Vlaming in Journalistiek bedrijven op 11 September 2007

“Ik heb terug van vakantie. Ik heb je verhaal gelezen en heb een paar opmerkingen.” Het waren er slechts een paar, dus dat viel mee.

Toch had ik een probleem. Toen mijn bron op vakantie ging, stelde hij voor om het verhaal naar de persvoorlichter te sturen. Dat had ik gedaan. De voorlichter heeft het verhaal stevig verbouwd.

Ik wees hem erop dat hij dingen had weggehaald die waren gezegd, en dingen had toegevoegd die niet waren gezegd. “De bron heeft dit bedoeld te zeggen”, luidde echter zijn reactie.

Toen kwam daar de directe reactie van mijn bron overheen, die niet wist dat de persvoorlichter zich er al mee had bemoeid. Nu zit ik met een verhaal dat twee keer is beoordeeld en waarvan ik twee versies heb. Logisch dat ik de versie van de bron zelf aanhoud.

Ik zou hier eigenlijk om moeten lachen, maar toch word ik er niet vrolijk van. Wat mij dwarszit is de het klinkklare liegen van een persvoorlichter. De versie die hij naar mij stuurde, was gewoon bij elkaar gejokt.

Ik voel me door de voorlichter geschoffeerd en aangetast in mijn integriteit. Waarom zo’n professional al die leugens nodig vind, is mij een raadsel. Het gaat niet om een bijzonder artikel. Ook niet om een bijzondere organisatie. Grote belangen zijn niet in het geding.

In het algemeen wordt er vaak geklaagd over journalisten die fantaseren en overdrijven. Dat zal ongetwijfeld vaak kloppen. Maar voorlichters hebben er soms een handje van om de geschiedenis regelrecht te vervalsen. Aan journalisten de taak om de waarheid te vertellen. Desnoods tegen de verdrukking in.