het ontslagcircus - alles wat je moeten weten als je eruit vliegt

Akkoordjes met de pers blijven gevaarlijk

Door Henk Vlaming in Journalistiek bedrijven op 31 May 2007

 

“Als je mij maar niet citeert”, zo klemde mijn bron mij vanmorgen tot drie keer toe op het hart. Telkens stelde ik haar gerust. Van deze bron, waar ik af en toe contact mee, heb krijg ik excellente informatie over een bepaalde branche te horen. Zij bekleedt er een toppositie en heeft er belang bij dat de juiste informatie in de pers komt. Deze bron blijft stromen mits ik in de ogen van mijn bron verantwoord omga met de informatie. Niets opschrijven tenzij we anders overeenkomen. Als ik citeer, eerst afstemmen.

Het is een hachelijk verbond. Als ik de afspraken schend breng ik mijn bron in de problemen. Uiteraard ben ik daarna zelfs bij de deurknop niet meer welkom.

Mijn risico is dat ik mij bij voorbaat censureer en dus niet alle informatie geef die ik heb. Zodra je schippert met de waarheid, ben je niet meer onafhankelijk en dus eigenlijk niet integer.

Maar de journalistiek kenmerkt zich door pragmatisme. Vooral op plaatsen met een enorme media-aandacht wordt er stevig onderhandeld over de waarheid. Bijvoorbeeld in de politiek en de voetballerij. Kleine wereldjes waar iedereen elkaar kent. Vakjournalisten horen er bij het meubilair. Schrijven zij alles op wat ze horen, dan worden ze koud gezet. Maar wie de pers mijdt, wordt uiteindelijk genegeerd of afgemaakt in de kranten.

Om het werkbaar te houden sluiten media en hun bronnen in deze situaties vaak strategische akkoorden. Ongeautoriseerde interviews komen niet voor. Individuele gesprekken buiten de interviews om zijn bij voorbaat vertrouwelijk. Journalisten reppen in dat soort gevallen over “welingelichte bronnen” of zo. Alleen tijdens formele momenten, zoals persconferenties, zittingen van de Tweede Kamer of wedstrijden zijn er geen beperkingen.

Veilig zijn dit soort akkoordjes nooit. De welingelichte bronnen gebruiken het schild van vertrouwelijkheid soms om journalisten te misleiden. En journalisten publiceren soms informatie die geheim moest blijven.

Er bestaan nogal wat misverstanden over dit soort afspraken. Sluitend zijn ze zelden. Heel veel mensen die ik interview denken dat ze bij voorbaat een beroep kunnen doen op vertrouwelijkheid. “Het is niet de bedoeling dat je dit opschrijft”, zeggen ze soms letterlijk. Zij begrijpen niet dat een bron geen zeggenschap meer heeft over de informatie die tijdens een perscontact wordt uitgewisseld. Afspraken over wat wel of niet wordt geschreven, zijn zelden expliciet. Ze vloeien altijd voort uit langere relaties die in de loop van de tijd zijn ontstaan.

Zelfs dan hebben de akkoorden een minimaal karakter. Alles wat je niet afspreekt kun je ook niet schenden. Publiciteit blijft brandgevaarlijk. Wie zich eraan wil warmen zonder kennis van zaken, kan zich snel bezeren.


het ontslagcircus - alles wat je moeten weten als je eruit vliegt

Een journalistiek zaadje in Groningen

Door Henk Vlaming in Journalistiek bedrijven op 30 May 2007

 

Wat vinden jullie van je eigen blad, vroeg ik vanmiddag de studenten aan wie ik een workshop bladen maken gaf. Het regende achten, met af en toe een half of een heel punt meer of minder. Ik gaf een uitleg over allerlei aandachtspunten bij het maken van een blad. Van doelgroepen en bladformules tot kolombreedtes en het gebruik van streamers.

Ik heb mij erover verbaasd over de prille journalistieke kennis van deze jonge vrijwilligersredactie. De groep jonge twintigers maakt gezamenlijk het glossy tijdschrift van een Groningse studentenvereniging. Het gemis aan kennis en ervaring wordt gecompenseerd door passie, geloof en inzet.

Toen ik een paar weken geleden de uitnodiging kreeg om een workshop te verzorgen, had ik geen idee wat ik kon verwachten in het hoge noorden. Ik begreep dat de redactie het een en ander wilde leren over het maken van een blad. Maar vanmiddag werd het me duidelijk hoe lang de leerweg nog is die deze studenten nog moeten gaan. De cover van het tijdschrift dat dichtgeslibd was met een reusachtige aankondiging van een congres, onrustige kleuren en een half weggedrukte foto werd als “ruimtelijk” omschreven. Voor de titel was weinig ruimte over, dus die was opzettelijk klein gehouden. “De herkenning is zo groot dat je die zelfs zou kunnen weglaten.”

Goede artikelen ook, vond de redactie. Waar ze over gingen werd echter niet zo snel duidelijk. Veel redactionele artikelen stonden bol van de bedrijfslogo’s, hoewel de sponsors niet tot de doelgroep worden gerekend, aldus de studenten.

Maar, zo stelden sommige redacteuren, waarom zouden we veranderen? De hele doelgroep kent het blad en de studentenvereniging in kwestie wordt alom gewaardeerd. Daar zit wat in. Wie schrijft voor een hondstrouwe, dolgelukkige doelgroep kan zich als journalist uitleven. Dat is misschien maar goed ook. Journalistiek is een ambacht, zo doceerde de directeur van de journalistenacademie die ik heb doorlopen. Ambachten leer je alleen door lang te oefenen. Theorie volgt als de geest rijp is.

Ik heb niet de illusie dat er veel blijft hangen van mijn lessen over het gebruik van foto’s, functioneel wit en korte eenregelige koppen. Maar ik heb goede hoop dat er ooit een zaadje zal ontkiemen. “Misschien”, zo peinsde een van de redacteuren na afloop, “moet ik dat cijfer dat ik voor ons blad heb gegeven toch maar herzien.”


het ontslagcircus - alles wat je moeten weten als je eruit vliegt

Leugens over transparantie, ruimingen en taakstelling

Door Henk Vlaming in Journalistiek bedrijven op 26 May 2007

Vandaag was iedereen goed geluimd, van redacteuren tot mensen aan wie ik vragen wilde stellen voor mijn verhalen. Ontspannen reacties, medewerking, verbale schouderklopjes, geintjes. Dan kom je ook nog wel eens wat spontane openheid tegen. Zo kreeg ik vanmiddag via nog een paar instructies van een hoofdredacteur die een paar onderwerpen bij mij had uitgezet. Ik antwoordde (per e-mail): “Helder”.

Kreeg ik prompt een e-mail terug: “Je bedoelt transparant?”

“Eh, ja, dat denk ik”, zo reageerde ik wat verbaasd. Waarna ik een toelichting kreeg die veel leek op een satire op belachelijk taalgebruik. Ik citeer (met toestemming):

Als moderne man van modern vocabulaire bedoel jij dat, ja. Net zoals je nooit meer ‘de machtigste persoon’ mag zeggen, maar altijd ‘de meest machtige persoon’, of ‘het meest mooie schilderij’. De overtreffende trap is in het moderne spraakgebruik namelijk afgeschaft, let maar op. En bij het weerbericht zeggen ze al een tijd niet meer ‘Morgen veel zon’, maar ‘Morgen veel zonneschijn’.”

Dit stukje ruwe proza raakte bij mij een snaar van herkenning. Neerlandici roepen vaak dat taal iets levends is. Maar soms is die levendigheid gekunsteld. Er zijn nogal wat groepen die taalregels opdringen. Het enige doel is het verdoezelen van de werkelijkheid.

Ooit was ik eindredacteur voor een organisatie die elke verwijzing naar allochtonen of buitenlanders had geschrapt. Het was een taaloffensief van de hulpverlening aan allochtone vrouwen. Denk maar niet dat je woorden als Marokkaanse, Turkse, Surinaamse of Afghaanse vrouwen mocht schrijven, laat staan buitenlandse vrouwen. Alsof het een schande was om buitenlands te zijn. Het heette officieel: “Vrouwen met een gekleurde of niet-Westerse achtergrond.”

Een gekleurde achtergrond, wat is dat? Deed me altijd aan Pipo denken. Met dit soort gekkigheden krijgen wij journalisten vaak te maken. De overheid is de grootste taalpropagandist. Het afslachten van duizenden huisdieren en complete veestapels ten tijde van de epidemie van mond- en klauwzeer, werd door de overheid stelselmatig “ruimingen” genoemd. De media namen de term over, tot het NOS Journaal aan toe. Zo werd de schijn gewekt dat het hier om technische operaties ging, in plaats van tragedies die het platteland troffen.

Voor je het weet ga je erin mee. Onlangs werd ik door een wakkere eindredacteur op de vingers getikt. Ik had het niet over bezuinigingen bij de overheid, maar over “taakstelling”, een term die ook uit de overheidskoker komt. Inderdaad is het duidelijkste woord de kortste weg naar de waarheid, de enige route van een journalist. Vechten tegen de taalpropaganda vraagt permanente alertheid en vreet energie. Dus blaas je op een milde vrijdagmiddag soms wat stoom af.


het ontslagcircus - alles wat je moeten weten als je eruit vliegt

Passie in de Jaarbeurs

Door Henk Vlaming in Journalistiek bedrijven op 25 May 2007

 

Vanmiddag werd ik gebeld door een communicatiemedewerker van een Nieuw Zeelands bedrijf dat vandaag op een beurs stond. Een paar dagen geleden was ik uitgenodigd om te praten met de directeur. Ik had destijds wat vaags gemompeld dat alles kon betekenen. Men had dit opgevat als een bevestiging. Dus waar bleef ik, zo vroeg de nerveuze communicatiemedewerker vanmiddag.

Natuurlijk had ik geen zin, want een beurs is zelden boeiend. Toch ben ik in de auto gestapt. Journalisten houden doorgaans alleen van reizen als het naar het buitenland is. Op stap in eigen land voor een artikel wordt al gauw als tijdverspilling gezien. Kun je ook met de telefoon af.

Geen moment dacht ik dat ik iets bijzonders zou horen op die beurs. Dat ik desalniettemin tegen mijn zin op reis ging, was het gevolg van een tweestrijd. Ik zou slechts een verkooppraatje horen, zo wist ik. Maar achter mijn bureau blijven zitten, zou mij het gevoel geven een volgevreten journalist te zijn die zich te goed voelt om een kijkje te nemen.

Af en toe moet je op pad, al is het alleen maar voor de inspiratie. Altijd bureauwerk, dat stompt af. Telefonisch interviewen voorziet ruimschoots in de benodigde informatie. Een bezoek informeert niet beter, maar prikkelt de verbeelding. Je schudt mensen de hand, je ziet waar ze mee bezig zijn en wordt deel van hun wereld. Dit is indringend en daarom leerzaam. Leren verandert je kijk op zaken.

In Utrecht trof ik een vermoeide zakenman uit Nieuw Zeeland aan die niet meer tegen alle rumoer op de beurs kon. We zochten de rust van de hal op. Gezeten op een bankje hebben we een uurtje gepraat, terwijl de zakenlui langs ons heen liepen. Natuurlijk, hij wilde zijn bedrijf graag in de krant. Maar ik zag de glans in zijn ogen en merkte de energie op die hij ondanks zijn vermoeidheid nog had.

Had ik hem alleen maar telefonisch gesproken, dan was ik gaan gapen. Nu had ik het gevoel te worden bijgepraat over de laatste stand van zaken over een onderwerp dat op zich bekend was, maar waar toch ontwikkeling in zit. Ik ga er twee berichten over schrijven. Veel stelt dat niet voor. Maar toch weet ik nu meer dan vanmorgen.


het ontslagcircus - alles wat je moeten weten als je eruit vliegt

De macht van informatie

Door Henk Vlaming in Journalistiek bedrijven op 23 May 2007

Vandaag moest ik een berichtje schrijven over een onderzoek naar machtsbeluste journalisten. Parlementariërs klaagden in dit onderzoek over de macht van de media. Tv, kranten, tijdschriften, radio, ze kunnen de politici kraken of maken. Die macht gebruiken journalisten ruimschoots, zo klagen de politici. Maar in plaats van iets zinnigs, laat het journaille zich leiden door incidenten. Onderwerpen die er echt toe doen blijven onderbelicht. Journalisten genieten ervan, zo is de aantijging.

Journalisten zelf herkennen niet zo veel in die machtsgeilheid. Maar ze erkennen in dat onderzoek wel dat ze zich laten leiden door incidenten. Nogal wiedes. Journalistiek is niks anders dan institutionele roddel. Je scoort alleen als je de nieuwsgierigheid van je publiek stilt. Wordt een verhaal daardoor oppervlakkig of eenzijdig? Dat mag, als je daarmee de boodschap overbrengt die je publiek moet weten. Zo lang je maar niet liegt en een solide afweging maakt.

Journalisten weten dat ze nooit het contact met hun publiek mogen verliezen. Natuurlijk is dat irritant voor degene over wie wordt geschreven, want die zijn speelballen. Toch maken zij ook gebruik van hetzelfde mechanisme: manipuleren van waarnemingen om een publiek te winnen. Theaters, bedrijven, kerken, politieke partijen, sportclubs, iedereen maakt er gebruik van.

Wat het moeilijkst hiervan is? Weten wat je publiek boeit. Dat is soms lastig te achterhalen. Daarom hier tien tips om er in een week achter te komen hoe je de aandacht van je publiek wint. Een nuttige les, want kennis is inderdaad macht.

  1. Lees elke dag twee kranten schrijf de drie belangrijkste en vervolgens drie onbeduidende onderwerpen op. Schrijf op waarom het ene bericht belangrijk is en het andere niet

  2. Ga een avondje op een verjaardag of in het stamcafé luisteren naar onderwerpen die de revue passeren. Kijk welke onderwerp de meeste emotie losmaakt. Ga ook na welke emotie overheerst (humor, liefde, angst, haat, hebzucht, jaloezie etc)

  3. Maak een lijst van tien punten waar je het liefst iets over wil weten

  4. Vraag vijf bekenden naar zo’n zelfde lijst

  5. Ga naar drie bijeenkomsten (verjaardag, sportclub, werk, thuis aan tafel) en vertel iets dat je hebt meegemaakt. Kijk wanneer je de belangstelling hebt en wanneer iemand afhaakt

  6. Ga naar drie bijeenkomsten en vertel een verhaal dat je volkomen uit je duim hebt gezogen. Check de reacties en vergelijk ze met die van de vorige bijeenkomsten

  7. Ga nu naar drie bijeenkomsten, begin een verhaal maar maak het vervolgens niet af. Kijk of mensen dat erg vinden en wat ze hadden gehoopt dat je zou vertellen

  8. Vraag iemand om te vertellen wat het gekste is dat hij/zij die dag heeft meegemaakt. Ga na of je dit boeiend vind of juist stomvervelend. Wanneer is het leuk, wanneer is het saai?

  9. Maak een lijstje van mensen waarvan je hoopt dat je niet naar ze hoeft te luisteren. Ga na wat je weerzin is

  10. Bedenk wat het boeiendste verhaal is dat je deze week hebt gehoord. Was het echt leuk of was het leuk gemaakt?


het ontslagcircus - alles wat je moeten weten als je eruit vliegt

Een interview als therapie

Door Henk Vlaming in Journalistiek bedrijven op 22 May 2007

 

Ooit had ik een hekel aan interviewen. Mentaal armpje drukken is het. Met je vragen moet je de geïnterviewde dwingen tot het geven van gewenste antwoorden. Die stribbelt tegen, want mensen willen nu eenmaal niet alles zeggen. Liever steken ze een eigen verhaal af. Ging het maar wat makkelijker, dacht ik vroeger vaak.

Maar het gemak waarmee het vanmiddag ging had ik zelfs niet kunnen wensen in mijn beginjaren. Om vijf uur zat ik tegenover een it-manager in Almere. ‘Ga je dezelfde vragen stellen als in het vorige nummer?’ had hij nog gevraagd toen ik de afspraak maakte. De interviews vormen een serie met steeds dezelfde soort vragen, hoewel die natuurlijk telkens wat variëren.

De manager had de vragen uit het laatste nummer toch als uitgangspunt genomen. Hij had ze allemaal van een uitvoerig antwoord voorzien. Zonder aansporingen of sturing draaide hij zijn hele verhaal af, dat even eerlijk als open was.

Waarom laten mensen zich zo gewillig interviewen? IJdelheid, zo denken wij journalisten vaak. Of berekening. Mensen hopen soms voordeel te halen uit publiciteit.

Maar soms zijn de drijfveren minder verdacht. Geïnterviewden grijpen het moment soms aan om stil te staan bij wat ze doen. Al pratend ordenen zij hun gedachten, leggen verbanden en denken na over zingeving. In de drukte van hun dagelijks werk komen ze er niet aan toe. Praten tegen een vreemd helpt dan.

Een interview werkt daarom nog wel eens therapeutisch. Hoe opener en dieper de interviews zijn, hoe sterker geïnterviewden het zo ervaren. Vaak voelen zij zich verrijkt als ze de journalist uitgeleide doen. Op zulke momenten zijn ze integer,want ze laten iets van zichzelf zien in het vertrouwen dat de journalist er verantwoord mee omgaat.

Een verademing, zo voel ik het ook. Even weg van de hardheid en de druk die interviews zo vaak kenmerken. Het doet me weer eens beseffen hoe dicht je als journalist bij mensen komt. Dat gegeven op zich schept al verantwoordelijkheid.


het ontslagcircus - alles wat je moeten weten als je eruit vliegt

Bedrijfsbezoek als propagandaslag

Door Henk Vlaming in Journalistiek bedrijven op 22 May 2007

 

Vroeger vond ik bedrijfsbezoek nog interessant, maar mijn enthousiasme is inmiddels bekoeld. Bedrijven nodigen journalisten uit met maar één doel: positieve berichtgeving. Meestal is daar weinig aanleiding toe en ga ik niet. Maar als hoofdredacteur van een vakblad heb ik nu eenmaal een ambassadeursrol. Dus toog ik vanmorgen naar een bedrijf in Utrecht dat al een tijdje probeerde mij te lokken.

Eerlijk is eerlijk, dat bedrijf had een aardig verhaal. Toch leidt een bedrijfsbezoek lang niet altijd tot een publicatie, en zeker niet altijd tot een positief verhaal. Aard en toonzetting van een artikel vloeien voort uit het redactiebeleid. Dat stelt doorgaans het belang van de lezer voorop. Eerlijke, evenwichtige en relevante informatie is dan ook een belangrijk journalistiek uitgangspunt. Bronnen, waartoe ook bedrijven horen, fungeren als journalistieke grondstof voor dat principe.

Bedrijven denken juist dat het omgekeerd is. Die zien journalisten als een verlengstuk van hun communicatiebeleid. Praat met een journalist en morgen sta je in de krant. Informeer de journalist vooral positief, dan krijg je ook een positief verhaal.

Een bedrijfsbezoek is dan ook een krachtmeting, verpakt in menselijkheid. Koffie, mooie woorden, informatie, lunches, soms een relatiegeschenk. Af en toe ontstaat zelfs een amicale sfeer. Alles om de journalist in de huid van het bedrijf te krijgen. De journalist gaat daarin mee. Zo kom je immers aan je informatie.

Maar zodra je de deur achter je dichttrekt, kruip je weer in de huid van de lezer. Het gebeurt dan ook vaak dat je heel kritisch schrijft over een bedrijf waarmee je een hartelijke band had. Dat lijkt harteloos. Alsof je iemand die je de hand heeft gereikt in het gezicht spuugt. Veel journalisten zijn dan ook amper in staat tot de gewenste afstandelijkheid.

Bedrijven hebben daarentegen minder moeite om hun ware aard te laten zien. Een kritisch verhaal serveren ze af als oppervlakkig, onwaar, eenzijdig of ondeskundig. Soms sturen ze zelfs hun advocaat op je af.

Vrijheid van de pers is een groot goed, dat erkent ook het bedrijfsleven. Maar zodra bedrijven daarvan de consequenties ervaren, veranderen ze in dictators die korte metten willen maken met onwelgevallige geluiden. Druk op het vrije woord is er altijd, ook in eigen land.


het ontslagcircus - alles wat je moeten weten als je eruit vliegt

De Kwik-Kwek-en-Kwak-formule

Door Henk Vlaming in Journalistiek bedrijven op 19 May 2007

 

Altijd leuk om een artikel te schrijven dat voldongen feiten omver kegelt. Daarvoor moet je over ijzersterke bronnen beschikken. Vandaag had ik zo’n tamelijk schaars onderwerp bij de kop. Twee onderzoeken en drie deskundigen waren mijn bronmateriaal. Harder kan je onderbouwing nauwelijks zijn.

Toch levert dat overtollige bewijsmateriaal problemen op. Want drie deskundigen, hoe laat je die allemaal tot hun recht komen? Ze hebben vaak spannende verhalen, maar die zijn min of meer hetzelfde. Je wil ze allemaal meenemen, want dat is goed voor de geloofwaardigheid.

Toch bemoeilijkt die uniforme informatie het schrijven van een artikel. Nadat deskundige 1 aan het woord is geweest, is het gevaar groot dat deskundige 2 slechts herhaalt wat je al hebt opgeschreven. Deskundige 3 heeft dan helemaal niets meer toe te voegen. Zo wordt het een stomvervelend verhaal vol geleuter.

Een andere mogelijkheid is om slechts één van de deskundigen uitvoerig aan het woord te laten. Het voordeel is dat de lezer hem kent en hem daardoor gemakkelijk kan volgen. Het nadeel is dat één deskundige een te dunne onderbouwing is en dat veel bronmateriaal verloren gaat.

Dus moet je op de een of andere manier de drie deskundigen invoegen zonder dat ze elkaar gaan napraten. Dat kan door ze verschillende rollen te geven. De eerste benoemt het probleem, de tweede zegt wat de gevolgen daarvan zijn en de derde komt met de oplossing. Zo lijkt het alsof ze elkaar aanvullen en versterken. Net als Kwik, Kwek en Kwak die dankzij deze handigheid het debat met hun oom Donald Duck vaak in hun voordeel beslechten.

Deze Kwik-Kwek-en-Kwak-formule is een journalistieke handigheid die een grote deskundigheid vraagt. Want welke bron begint, wie vult aan en wie maakt af? Wie heeft de sterkste opening, wie de sterkste afsluiting? Hoe voorkom je dat essentiële informatie achterwege blijft en dat er geen informatie op een geforceerde wijze wordt ingevoegd? Terdege kennis van het onderwerp is nodig, evenals dito concentratie en zorg. Een subtiele puzzel waarin de hand van de journalistieke meester merkbaar wordt. De Kwik-Kwek-en-Kwak-formule zou dan ook in geen enkel examen journalistiek mogen ontbreken.


het ontslagcircus - alles wat je moeten weten als je eruit vliegt

Een dag rennen en toch niks gedaan

Door Henk Vlaming in Journalistiek bedrijven op 17 May 2007

 

‘Morgen contact?’ De mail met deze vraag dateert van gisteren. De afzender is een hoofdredacteur die overleg wilde over een artikel dat hij bij mij had uitgezet. Een telefoontje van vijf minuten, dat moest kunnen dacht ik nog. Als ik van mijn afspraak zou komen die ik vanmorgen om half tien had bij een opdrachtgever. Toen kon ik nog niet weten dat ik dat ik pas om half twee terug zou zijn. Ik kwam thuis zonder een hap eten te hebben gegeten, maar wel met vier uur praten achter mijn kiezen. Wat je dan vooral wil is een boterham, een kop thee en even oorverdovende stilte.

Tijdens mijn spoedlunch luisterde ik mijn voicemail af. Een pr-bureau dat een Amerikaanse spreker wilde promoten en een bedrijf dat al dagenlang probeert om commentaar te leveren op een zelf uitgegeven persbericht. Die zijn voor later, besloot ik. Eerst de e-mail, waar negen berichten mij opwachtten. Een aantal ging over een offerte die ik maak voor een digitale nieuwsbrief. Prijzen, kwaliteit, leveringsvoorwaarden, of ik maar even wilde reageren. Ik tikte de gewenste antwoorden, waarna het traject weer een stukje verder was doorlopen. Verder een akkoord op een artikel dat ik als voorinzage had ingestuurd. Dat moest nu onmiddellijk naar de redactie.

Eindelijk had ik tijd voor die twee telefonische interviews. Ik moest ze vandaag houden, want ik heb ze nodig om vrijdag een artikel te kunnen schrijven dat ik die dag moet inleveren. Voor half vijf moest ik die gesprekken hebben gevoerd, want dan heb ik een afspraak op de school van mijn dochter. Gelukkig waren mijn bronnen direct bereikbaar en duurden de interviews nog geen half uur per persoon.

Vier uur, nog een half uur werktijd. Het flitste door mij heen dat ik nog een journalist moest bellen om een opdracht uit te zetten. Dat had ik gisteren ook geprobeerd, maar toen stond ze op het punt weg te gaan. Nu bereikte ik haar terwijl ze op de fiets zat. ‘Zal ik je over een half uur terugbellen?’ vroeg ze. Nee, zei ik, dan ben ik weg. Ik verplaatste het contact naar vrijdag.

Het laatste telefoontje was voor een opdrachtgever die meestal elke dinsdag een artikeltje van mij vraagt. Gelukkig had hij weinig tijd. ‘Ben je maandag beschikbaar?’ vroeg hij nog.

Ik hing net op toen mijn dochter riep en de werkdag ten einde was. Het bedrijf dat commentaar wil geven moest weer wachten. Ik stuurde nog snel een e-mail waarin ik beloofde te bellen.

Pas toen ik vanavond in de supermarkt stond, herinnerde ik mij de hoofdredacteur van gisteren. ´Morgen contact?’ Misschien moet ik dat zinnetje als lijfspreuk in mijn kantoor hangen.


het ontslagcircus - alles wat je moeten weten als je eruit vliegt

Missie versus professie

Door Henk Vlaming in Journalistiek bedrijven op 16 May 2007

 

‘Belangrijkste opdrachtgevers: ING, Nationale Nederlanden, GTI Noord, IMCG, Stichting Glastuinbouw.’ Dit zijn niet mijn klanten, maar die van Marjan Brouwers uit Groningen. Een portretje van haar staat in het mei-nummer van De Journalist, het vakblad der journalisten.

Haar klantenkring is me bijgebleven: louter bedrijven. Ben je dan journalist, zo vraag ik mij af, of bedrijf je pr?

Misschien worstelt zij zelf ook met de vraag. ‘Mijn aanpak is journalistiek’, zegt ze spontaan. ‘Ik wil niet alleen de spreekbuis zijn van de directie.’

Journalistiek en bedrijfsjournalistiek. Op papier scheelt het een woordje, maar in de praktijk is er een wereld van verschil. Journalistiek is belangeloos en onthult de waarheid ten dienste van de lezer. Wie dat is maakt de journalist zelf uit. Van bedrijfsjournalistiek kun je dat niet zeggen. Die onthult de waarheid zoals de zender die ziet. Dezelfde instrumenten, dezelfde werkwijze, hetzelfde ambacht, maar heel verschillende doelen. Het één is een missie, het ander een professie.

Ik heb me altijd senang gevoeld in de rol van missionaris. Die voorziet mij van zingeving en een grote mate van vrijheid. Bedrijfsjournalistiek verschaft daarentegen een volle portemonnee, maar je bent minder vrij.

Dit jaar is mijn portefeuille bedrijfsjournalistiek opvallend sterk gegroeid. Dat knaagt aan mij. Alsof ik mijn morele standaards te grabbel heb gegooid voor een handvol zilverlingen.

Maar het blijft bij voelen, want eigenlijk bevalt de bedrijfsjournalistiek mij prima. Het is minder saai dan ik vroeger had gedacht, en bedrijven vinden een kritische noot wel zo geloofwaardig.

Mijn ommezwaai is geen toeval maar een onuitgesproken keuze. Nooit heb ik mijn drijfveren onder ogen gezien, dus doe ik het nu. Journalistiek, zo besef ik, is uiteindelijk een soort ontwikkelingswerk waarbij de journalist de rol speelt van ontwikkelingswerker. Maar mijn lezers zijn nog net zo ontwikkeld als twintig jaar geleden.

Dit besef heeft mijn ambities bijgesteld. Niet langer ontleen ik zingeving aan de rol van missionaris. Langzaam ben ik al getransformeerd van een intermediair die een boodschap doorgeeft, tot een zender met een eigen programma. Daarmee doe ik hetzelfde als al die bedrijven die hun boodschappen uitdragen via journalistieke methoden.

Wat is er dan logischer om nieuwe doelen en een nieuw publiek te kiezen? Met mijn geweten ben ik snel klaar. Je kunt zenden wat je wil, het publiek verander je gelukkig toch niet.