het ontslagcircus - alles wat je moeten weten als je eruit vliegt

En de drukker gaf weer eens uitstel

Door Henk Vlaming in Journalistiek bedrijven op 27 April 2007

Zat ik vanmiddag op een terrasje met een bevriende eindredacteur. Ze had wel een beetje afleiding nodig, want een van de katernen waaraan ze werkte dreigde van de rails te lopen. ‘Tja’, vertelde ze terwijl ze in haar thee roerde, ‘nu heb ik met de drukker een week uitstel moeten afspreken.’

Als je doodleuk thee drinkt op een zonnig terras terwijl de wereld om je heen instort, ben je een ijskoude. Of een heel geroutineerde. Die eindredacteur is inderdaad gepokt en gemazeld. Ze weet dat er in de journalistiek nooit echt iets misgaat. Even de top tien van de journalistieke errors:

  1. Artikel komt niet
  2. Artikel rammelt
  3. Waar zijn de foto’s?
  4. Foto’s deugen niet
  5. Vormgeving bakt er niks van
  6. Vormgeving is veel te laat
  7. Drukker heeft problemen

Ik kom niet eens aan een top tien. Het vak mag dan een avontuurlijk imago hebben, in werkelijkheid is het een fabriek. Valt er iets uit, dan halen de redacteuren wat anders uit de kast. Witte plek in de krant? Dan gewoon een grotere foto. Foto weg? Dan ligt er nog wel ergens een stoffig artikeltje op de plank. Dat er in het productieproces voortdurend alarmbellen loeien, ontgaat lezers volkomen. Die krijgen op tijd hun krant.

Voor journalisten is dat een beetje tragisch. Redacties kijken zelden naar de inhoud van artikelen. Het gaat ze om de beschikbaarheid van kopij. Teksten moeten op tijd zijn, niet te veel eindredactie vragen en graag op lengte. Als je dat levert, ben je een goede journalist. Schrijf je ook nog goed, dan is dat mooi meegenomen.


het ontslagcircus - alles wat je moeten weten als je eruit vliegt

De beste journalisten vind je buiten de redacties

Door Henk Vlaming in Journalistiek bedrijven op 26 April 2007

Bij de dagbladen De Limburger en het Limburgs Dagblad verdwijnen ruim vijftien banen, las ik vandaag op de digitale nieuwsbrief van de NVJ (de journalistenvakbond). Banenverlies in de journalistiek is eigenlijk geen nieuws meer. Voor freelance journalisten is dit een mooie ontwikkeling. Ook ik eet een redelijke boterham dankzij uitgeklede redacties.

Eigenlijk mag je daar niet blij om zijn, zelfs niet als freelancer. Heel wat redacties hebben amper meer een fatsoenlijke bemensing, vooral onder de grote schare vakbladen. In het beste geval zijn daar een hoofdredacteur en een eindredacteur die zelf ook schrijven. De rest van de kopij wordt ingekocht of gratis bij elkaar geharkt. Bedrijven staan in de rij om vakbladen te voeden met hun visies, onderzoeken en innovaties.

Van verantwoorde journalistiek is natuurlijk geen sprake meer. Allereerst omdat de hoofdredacteuren van zulke bladen weinig tegengas krijgen. Ze zijn alleenheersers die de inhoud van hun bladen zonder veel discussie vaststellen. In de tweede plaats vanwege de toenemende afhankelijkheid van het bedrijfsleven die bladen bestoken met gratis artikelen. De redactie doet weliswaar pogingen de ergste reclame uit die bedrijfskopij te filteren, maar toch klinkt de stem van de commercie door. Niet in de laatste plaats dankzij de weggesaneerde journalisten, die door bedrijven worden ingehuurd om artikelen te schrijven. Redelijke stukken vaak, die moeiteloos door de reclamefilters van de redacties gaan.

Zo krijgt de commercie greep op de onafhankelijke pers, net zo effectief als in een dictatuur. Wat kunnen we hier tegen doen? Ik doe er niets tegen. De journalistiek is al lang ingekapseld door het bedrijfsleven. Kijk maar naar PCM, jaren eigendom van durfkapitalist Apax. Andere uitgevers als zoals Kluwer, Reed Elsevier en (tot voor kort) VNU zijn beursgenoteerd en staan niet bekend om hun diepte-investeringen in de journalistiek.

Vind ik dit jammer? Niet vanuit mijn eigen belang. Jarenlang waren freelance journalisten tweederangs hulpjes. Tegenwoordig zijn de beste journalisten te vinden buiten de redacties. Spijtig misschien, maar het heeft ook een vrolijke kant. Freelance journalisten worden steeds talrijker, ze leveren kwaliteit, ze zijn trots en ze zijn zelfstandig. Het vrije woord leeft dus volop.


het ontslagcircus - alles wat je moeten weten als je eruit vliegt

‘Natuurlijk alleen om feiten te checken’

Door Henk Vlaming in Journalistiek bedrijven op 25 April 2007

‘Eén vraag’, hoor je de geïnterviewde zeggen, altijd vlak voordat we afscheid nemen. Ik weet al wat er gaat komen.
‘Ja?’ zeg ik op een toon alsof ik geen flauw idee heb.
‘Mag ik het artikel nog lezen voordat het wordt gepubliceerd?’ Om er bijna verontschuldigend aan toe te voegen dat het alleen gaat om het checken van feiten.
Dat er vervolgens alleen maar naar de feiten wordt gekeken, is een fabeltje. In plaats van zich te buigen over de juist namen, getallen of feiten, hakken veel geïnterviewden ook in teksten waar niks mis mee is. ‘Verduidelijking’, zo is het argument waarmee de waarheid wordt geknecht.

Ik ben eens nagegaan wat de scores zijn van dergelijke voorinzagen:
 
95% van de geïnterviewden vraagt voorinzage
70% heeft opmerkingen
45% beperkt zich tot feitelijke correcties
30% doet aanvullende suggesties
35% corrigeert tekst die al correct is
40% wijzigt gedane uitspraken
18% voegt citaten toe die nooit zijn gezegd
3% husselt alinea’s door elkaar
2% wil niet meer meewerken
1% schrijft een nieuwe tekst
1% eist een gesprek met de hoofdredacteur
0,1% dreigt met een advocaat

Voorinzage lijkt vrij zakelijk, maar is allesbehalve onschuldig. In meer dan de helft van de gevallen oefenen geïnterviewden of voorlichters druk uit om de waarheid aan te passen. Zelfs redacties doen hieraan mee, hoewel onthullen juist hun taak is. Om moeilijkheden te vermijden willen veel hoofdredacteuren dat alle artikelen zijn voorgelegd aan geïnterviewden of voorlichters. Veel journalisten gaan uiteindelijk om, moe van het gezanik.

Dat komt mede door het gebrek aan normen. De voorinzage geldt min of meer als verplicht, maar wie weet nog wat normaal is? Journalisten mogen elke correctie van buiten afwimpelen, want zij zijn de baas over hun eigen teksten. De wet verplicht tot niets.

Tijd dus voor een Handleiding Voorinzage voor de journalist.

  1. Zeg geen voorinzage toe als er niet om wordt gevraagd
  2. Weiger voorinzage als informatie is verkregen op basis van openbare publicaties, persberichten, bijdragen van persvoorlichters en persconferenties
  3. Houd kop en intro buiten de voorinzage
  4. Spreek af dat alleen feiten worden gecorrigeerd
  5. Geef een bron maximaal 24 uur de tijd om te reageren
  6. Negeer “correcties” die niet voldoen aan het criterium feiten
  7. Negeer toevoegingen, tenzij ze bruikbaar zijn
  8. Stuur een bron geen definitieve versie toe. Het is jouw tekst, niet die van een ander
  9. Ga niet in discussie over het doorvoeren van correcties. Een journalist heeft een eigen verantwoordelijkheid
  10. Heeft een bron op alles wat aan te merken en is redelijkheid er niet bij, negeer dan de hele voorinzage. Met zo’n voorinzage valt niet te werken

het ontslagcircus - alles wat je moeten weten als je eruit vliegt

Irritante pinguïns in de straten van Amsterdam

Door Henk Vlaming in Journalistiek bedrijven op 25 April 2007

Een reportage is vaak net een uitje, een aangename afwisseling op het dagelijkse telefoon- en internetwerk. Bij een reportage is de impressie belangrijk, en niet alleen de harde informatie. Vandaag maakte ik een reportage over een persevenement van een bekende bierfabrikant, die in supermarkten vitrines gaat plaatsen waar het pils twee graden onder nul staat. Dan koopt de consument meer, aldus de bierverkopers.

Het evenement vond plaats in de hoofdstad. Driehonderd vrijwilligers trokken als pinguïns door de straten. In de Artis kregen ze een ijskoud blikje bier. De bierfabrikant schoot er een filmpje van dat woensdagmorgen op de website van het bedrijf staat. Een knipoog naar de bekroonde film ‘March of the pinguins’.

Helaas was dit geen leuke reportage. De vrijwilligers sjokten kilometers door straten, langs grachten en over bruggen naar de Artis. Journalisten wisten niets beters te doen dan meelopen, in de vergeefse hoop dat er iets bijzonders zou gebeuren.

Bedrijven maken wel vaker fouten met dit soort creatieve uitingen. In hun enthousiasme zondigen ze wel eens tegen een gouden regel: laat een journalist nooit werken. Een journalist die door een bedrijf wordt uitgenodigd, wil op een stoel zitten, een persmap doorbladeren, kijken, luisteren, soms wat vragen stellen en daarna eten en drinken. Zelf meedoen aan een show? Onder geen beding.

Zijn journalisten lui en arrogant? Eén van de missies van het vak is dat je je niet in het pak laat naaien. Organisaties die media-aandacht vragen moeten dus heel overtuigend zijn. Als dat lukt is er een zekere waardering van de pers. Maar als ze prutsen is hoon hun deel.


het ontslagcircus - alles wat je moeten weten als je eruit vliegt

Een onbeduidend interview als trofee

Door Henk Vlaming in Journalistiek bedrijven op 24 April 2007

Er zijn ruwweg twee soorten interviews. De eerste is het interview met een celebrity, waarbij het niet uitmaakt wat er gezegd wordt. De positie van de geïnterviewde garandeert dat elke uitspraak lezenswaardig is, bijvoorbeeld een interview met premier Balkenende, Mick Jagger of Willem Holleeder. Het tweede soort interview is interessant omdat er iets opvallends wordt gezegd. Een schokkende bekentenis, een boeiende visie of gewoon een pakkend verhaal.

Maar je hebt ook van die interviews die in geen enkele categorie passen. Vorige week heb ik er zo eentje moeten uitwerken, en vandaag hoorde ik wat de geïnterviewde er van vond. Het was een interview met de Europese directeur van een Amerikaans bedrijf dat ook een vestiging in ons land heeft. Probleem: bedrijf noch directeur was boeiend. De man draaide geroutineerd maar verveeld een vlak verhaal af.

Als je buiten staat weet je dat het schrapen gaat worden. Alle citaten bij elkaar harken in de hoop dat er iets lezenswaardig uitdruppelt. Het liefst wis ik zulke interviews, maar dan krijg ik het aan de stok met de hoofdredacteur die mij op pad heeft gestuurd. Bovendien krijg ik niks betaald als ik niet lever.

Dus wordt het speuren naar krentjes in de pap. Daar bouw je de rest van het verhaal omheen, zodat die krenten er belangrijker gaan uitzien dan ze zijn. Als je geluk hebt krijg je een artikel waarbij het hoge leutergehalte niet opvalt.

Nog een laatste valkuil en je bent gered: de voorinzage. Gaat zo’n man steigeren als hij het concept onder ogen krijgt, of is hij juist verguld? Meestal het laatste, want mensen worden vaak blij van hun eigen gepraat. Maar sommige geïnterviewden krijgen dan juist de geest, en willen elke zin verbouwen.

Ik had geen idee wat het zou gaan worden vandaag. Maar het Amerikaanse bedrijf beperkte zich tot het rechtzetten van wat onbelangrijke details. Wat ze er echt van vinden? Waarschijnlijk niets. Eén van de vele publicaties die men voor kennisgeving aanneemt. Trofeeën van de afdeling public relations. Die directeur zie ik vast nooit meer terug.


het ontslagcircus - alles wat je moeten weten als je eruit vliegt

Een echo uit Miami

Door Henk Vlaming in Journalistiek bedrijven op 22 April 2007

Vandaag bracht de postbode een verrassing. Journalisten worden niet vaak verrast, dat ligt nu eenmaal niet in de aard van ons beroep. Maar dit keer was het anders, toen ik het zakenblad uit de brievenbus haalde dat ik al jaren gratis ontvang. Hier heb ik honderden artikelen voor geschreven, vandaar. De samenwerking stopte meer dan een jaar geleden, toen er weer eens een nieuwe hoofdredacteur aantrad. De zevende sinds ik tien jaar geleden mijn eerste stukje leverde. Freelance, het woord zegt het al. Zo ben je binnen en net zo gemakkelijk vlieg je eruit.

Tijdens de wandeling van de brievenbus naar mijn voordeur blader ik wel eens door dat tijdschrift heen. Opeens zag ik daar één van mijn artikelen in druk, met mijn naam erbij. Een reportage uit Amerika.

Inderdaad, daar ben ik ruim twee jaar geleden geweest in opdracht van hoofdredacteur nummer 6. Eigenlijk was het een snoepreisje, een weekje naar het strand en de palmen terwijl het in Nederland koud en regenachtig was. Het oude-jongens-krentenbrood-gehalte is hoog in de journalistiek. Bijna een week volgde ik een stuk of vijftien managers die op studiereis naar Miami waren. Ik zat naast ze in de collegebanken van de plaatselijke universiteit, ik volgde ze tijdens bedrijfsbezoeken en ik luisterde naar ze terwijl ze ’s avonds een tent bezochten met schaars geklede schonen. Eenmaal veilig thuis schreef ik er een artikel van drie pagina’s over, leverde een cd’tje met foto’s af en stuurde de rekening in. Maar voordat het kon worden afgedrukt, werd mijn opdrachtgever vervangen door nummer 7. Mijn pennenvruchten belandden op een plank.

Tot ik vandaag oog in oog stond met mijn woorden van weleer. Alsof je na jaren je oude vakantiefoto’s op zolder terugvindt. Hoe zou het gaan met die mensen met wie ik toen op reis was, zo vroeg ik mij af. Zouden ze nog steeds bij die multinationals werken? Gepromoveerd misschien?

Wat was dit een plezierige ontmoeting met de journalist die ik was in 2005. Een zeldzame terugkeer in het verleden. Journalistiek mag dan een romantisch charisma hebben, van dat beeld blijft weinig over als je elke dag je bronnen bewerkt, je artikelen inklopt op de pc en ze via internet wegstuurt. Waarna al dat werk een dag later oud nieuws is.

Staand in de keuken verslond ik mijn eigen tekst, woord voor woord. Opnieuw zat ik in dat vliegtuig, wandelde ik door de straten van die verre stad en lag ik ´s nachts eenzaam in het hotelbed met op de achtergrond de alsmaar suizende airco. Een oud verhaal, ik kende het al, en toch was het weer nieuw. Twintig jaar journalistiek. Vanmiddag was de romantiek van het vak helemaal terug. De postbode heeft goed werk gedaan.

 


het ontslagcircus - alles wat je moeten weten als je eruit vliegt

De nacht dat ik niet naar bed kon

Door Henk Vlaming in Journalistiek bedrijven op 20 April 2007

Vanmorgen zat ik nog met een collega te praten over blogging. Hoe doe je dat eigenlijk, vroeg ik. Teksten maken, dat is natuurlijk niet zo moeilijk. Maar hoe je zo’n speciaal hoekje maakt op internet voor die teksten, dat ging mij boven mijn pet. Moeilijk moeilijk, zo luidde samengevat het antwoord. Mijn collega weet er alles van, maar hij is dan ook een it-journalist. Misschien kunnen we eens zakelijk samenwerken, wie weet. Als journalist schrijf ik over meer softe onderwerpen: sociale economie en management, dat soort zaken. Geef mij maar een sappig onderwerp zoals cao-onderhandelingen, daarover draai ik zo een artikel in elkaar.

Dus vertel ik een paar uur later op kantoor dat ik iemand heb gevonden die blogs kan ontwerpen en opzetten. Wij allemaal blij.

Tot ik thuis kom en trots vertel wat we nu weer hebben ontdekt op de letterfabriek.

Wat een onzin, een blog heb je in vijf minuten, zo kreeg ik liefdevol om mijn oren geslagen. Terwijl ik ’s avonds geeuwend achter de tv hang, kruipt mijn it-minded echtgenote het internet op en trommelt een vriendje op. Een uur later hebben ze samen een blog voor mij gemaakt.

‘Wat leuk’, zo reageer ik beleefd, maar toch wel onder de indruk. Ik probeer er tussenuit te knijpen, weg van deze confrontatie met mijn onwetendheid over de nieuwe media, en kus haar welterusten. Mijn steun en toeverlaat, de vrouw achter de man, het journalistenwijfje.

‘Ik kan nog niet naar bed’, zegt ze. ‘Ik ben nog bezig jouw blog af te maken. En jij kunt nu ook nog niet naar bed. Je moet nog een tekst maken voor je blog.’