het ontslagcircus - alles wat je moeten weten als je eruit vliegt

De minister komt genadig weg

Door in Journalistiek bedrijven op 2 July 2008

Schokkend, zo vond ik het nieuws dat ik veertien dagen geleden onthulde. De minister van Financiën had gejokt tegen de Tweede Kamer. Tenminste, daar werd hij van beschuldigd door een onderzoeksbureau waarmee hij werkt. Het dossier waarover het ging, gonsde al weken in de media, dus dit was groot nieuws.

Nadat ik het bericht op een financiële nieuwssite had geplaatst, wachtte ik nieuwsgierig op de reacties uit de politiek. Jokkende ministers zijn groot nieuws. Maar mijn scoop lijkt aan het wakend oog van collega’s en volksvertegenwoordigers te zijn ontsnapt. Vandaag stond er nog een bericht over het desbetreffende dossier in de kranten, maar geen letter over een liegende minister.

Vaak heb ik mij afgevraagd hoe politieke onthullingen werken. Als freelancer die voor vakbladen schrijft, heb ik daar nooit mee te maken. Daarvoor moet je in de frontlinies van dagbladen en actualiteitenrubrieken werken. De nieuwssite waarop ik mijn berichten plaats, lijkt zich echter niet in deze linies te bevinden.

Jaren geleden heb nog eens zoiets meegemaakt. Na dagenlang onderzoek bij het ministerie van Sociale Zaken had ik ontdekt dat sociale fondsen van brancheorganisaties voor honderden miljoenen aan geld achter hielden, in plaats van het uit te geven aan scholing zoals het hoorde. Ik had zelfs per fonds de bedragen onthuld. Geen krant schonk er aandacht aan. Een paar jaar later opende de Volkskrant prominent met een vergelijkbaar bericht. Veel slechter ingevoerd dan in ik destijds.

Nieuws, zo leerde ik toen, is ondanks haar status van degelijkheid en onafhankelijkheid ook een combinatie van toeval en waan van de dag.

“Een liegende minister, dat is toch groot nieuws?” vroeg ik nog aan de hoofdredacteur van de financiële nieuwssite waarop ik de scoop die maar geen scoop werd had geplaatst.

“Dat lijkt mij ook”, zei hij. Dezelfde reactie kreeg ik ook van een bevriend communicatiebureau.

Niemand die wist hoe je het nieuwsbericht moet opwaarderen tot een politieke rel. “Misschien moet je een politicus inlichten”, suggereerde iemand. Het idee dat ik als een potloodventer mijn stukjes onder de aandacht moet brengen, staat mij echter tegen.

De minister zal nooit weten hoe genadig hij weg komt.


het ontslagcircus - alles wat je moeten weten als je eruit vliegt

Een interview met Dracula

Door in Journalistiek bedrijven op 27 June 2008

Een ‘beroepsquerulant’, zo had de hoofdredacteur de bron genoemd die ik moest gaan interviewen. Onredelijk, koppig, drammerig, zo stond er ook nog waarschuwend in de e-mail met instructies. “Maar hij is niet dom. Laat je niet afleiden door hele verhandelingen over de achtergrond.”

Degelijke briefings met tips en aanbevelingen zijn nuttig als je als freelancer op pad wordt gestuurd. Maar de bron die ik vanmorgen aan de telefoon kreeg, was al beschadigd voordat hij nog maar een woord had gezegd.
“Vraagt u maar”, zei hij, nadat ik mij had geïntroduceerd als journalist. Zelfs deze uitnodiging klonk verdacht. Het was alsof ik Dracula interviewde. Als hij maar niet met mij aan de haal gaat, zo gonsde het door mijn hoofd. Elk antwoord woog ik op een goudschaaltje: doorvragen of juist afkappen?

Wat ik hoorde was een man die vol was van zijn boodschap, die zijn mening niet onder stoelen of banken stak, maar die toch ingetogen was met zijn antwoorden. Aan het einde nodigde hij mij uit voor zijn perslijst.

Welke invloed hebben de hoofdredactionele waarschuwingen gehad op mijn uiteindelijke bericht, zo vroeg ik mij af nadat ik de tekst had verstuurd naar de redactie. Dracula was allerminst het monster waartegen ik mij had gewapend. Onredelijk? Zo had hij mij niet behandeld. Koppig? Niet meer dan de gemiddelde bron. Drammen? Geen sprake van.

Was hij dan wel een querulant? Iedere bevlogen bron heeft wel iets mals. Ik kreeg visioenen voor me van Russische, Chinese of Zimbabwaanse oppositieleden. Schets ze als abnormaal en en alles wat ze doen of zeggen is buiten de orde. Daar mag je als journalist niet in meegaan.

Waarschuwingen en voorschriften van hoofdredacties moet je soms met een korreltje zout nemen. Ze zeggen vooral iets over de moeilijke positie waarin redacties zitten: grillige uitgevers, lastige lezers, eigenwijze sponsors, hufterige managers.

Maak als freelancer niet de fout om de knokploeg van de hoofdredacteur te gaan worden. Wij brengen gewoon het eerlijke, oprechte nieuws. Als een hoofdredacteur daar niet kalm van wordt, deugt hij niet.


het ontslagcircus - alles wat je moeten weten als je eruit vliegt

Een onbekende vriend

Door in Journalistiek bedrijven op 26 June 2008

“Hallo, met Harry. Sorry dat ik je bel na werktijd, maar ik heb een paar vragen. Komt het uit?”

“Dag Harry”, zei ik. “Prima hoor, brand los.”

Harry (die zich overigens met voor- en achternaam had gemeld) begon enthousiast te praten. Een praktische vraag, waar ik misschien een antwoord op had? Ik had wel een paar suggesties, en zo babbelden we een half uurtje vol.

Ondertussen dacht ik: Wie is die Harry? Eerst veronderstelde ik dat hij een consultant was. Die bellen mij wel vaker omdat ik hoofdredacteur ben, zoekend naar wegen om in de pers te komen. Maar zij introduceren zichzelf meestal. Harry niet, die viel meteen met de deur in huis.

Ook de vriendschappelijke toon die hij aansloeg, suggereerde dat we elkaar kenden. Even overwoog ik dat hij een brutale vlerk was die deed alsof. Maar toen hij zei dat we elkaar een paar keer hadden ontmoet, begreep ik dat dit niet zo was.

Ondertussen deed ik Harry het ene na het andere idee aan de hand. Tegelijkertijd scande mijn brein de files met namen die in mijn geheugen liggen opgeslagen.

Na een kwartiertje was er een hit. Inderdaad had ik hem een paar keer ontmoet. Een collega van iemand met wie ik af en toe samenwerk. Zijn achternaam, die was de boosdoener. Sommige mensen ken je alleen bij hun voornaam, ook al hebben ze hun achternaam ook wel eens laten vallen. Weer anderen hebben een opvallende stem, je koppelt ze aan een bepaald bedrijf of je kent ze vooral van gezicht. Soms zijn het hele vage kennissen, dan helpen ze wel eens een handje om hun positie te verduidelijken (“We hebben elkaar drie jaar geleden ontmoet op een congres….”).

Het was een alleraardigst gesprek, en Harry zei dat ik hem goed had geholpen. Zo’n vriendendienstje dat wel vaker tussendoor komt. Altijd leuk.

Maar toen ik die avond de honden uitliet, dacht ik er nog over na. Als ik vijftien minuten nodig heb om iemand te traceren, kan dat twee dingen betekenen. De eerste is dat het databestand in mijn geheugen erodeert. Een griezelige gedachte waar ik niet aan toegeef.

De tweede verklaring is dat mijn bestand een indrukwekkende omvang heeft. Alleen al het adresboek van mijn e-mail heeft meer dan duizend namen. Daar zit nog niet eens iedereen in. Dit klinkt al een stuk gezonder. Ik begon zowaar te neuriën terwijl ik met de honden huiswaarts liep.


het ontslagcircus - alles wat je moeten weten als je eruit vliegt

Een vader als freelancer

Door in Journalistiek bedrijven op 18 June 2008

“Mijn vader was ook freelancer.” Toen het meisje waarmee ik praatte dat zei, vond ik de bijeenkomst opeens interessant worden. Een vader als freelancer, daar wilde ik alles van weten. Ik ben immers zelf een vader die freelancer is.

Mijn collega die ook naar de borrel van het communicatiebureau was gegaan, had me gewaarschuwd: “Zul je net zien dat het leuk wordt”. Onzin, zo reageerde ik nog.

Ik had hem een lift gegeven, want hij had vandaag geen auto en de bijeenkomst was ergens op het platteland. Samen reizen is fijn, vooral als je je lichte tegenzin tegen een evenement kunt delen. We hadden afgesproken om zo kort mogelijk te blijven.

Bijna vergat ik echter dat voornemen toen die freelancende vader ter sprake kwam. Het begon toen een groepje aanwezigen het noeste bestaan van freelancers aansneed. Verschillende mensen waren zelf freelancer geweest. Ze herinnerden zich nog de onregelmatige werkuren, nachten lang tikken en de verwevenheid tussen werk en privé.

Toen kwam dus het meisje met haar vader, de freelancer, op de proppen.

“Vond je het fijn dat je vader zo vaak thuis was?” informeerde ik.

Best wel, zei ze.

“Vond je het niet moeilijk dat zijn werk zo nadrukkelijk in huis was?” ging ik weer.

Nee hoor, hij had een eigen kamer en deed zijn deur dicht als hij werkte.

“Was hij dan niet vaak met zijn hoofd ergens anders?”

Ach, dat is hij ook als hij niet werkt. “En ’s avonds ging hij soms weer werken. Wij brachten hem dan wel eens koffie.”

Die man deed mij akelig veel aan mijzelf denken. Het enige verschil is dat ik de deur nooit dicht doe als ik werk. De koffie pak ik zelf.

Maar open of dichte deuren, haar verhaal had mij blij gemaakt. Thuis krijg ik vaak op mijn kop als ik er weer eens met mijn hoofd niet bij ben. Of als ik weer eens te veel uren draai, zodat ik bekaf ben in het weekend.

Maar met mijn dochter heb ik een goede band, net als trouwens met mijn zoon en mijn vrouw. Veel dingen gaan fout in het leven, maar dit niet.


het ontslagcircus - alles wat je moeten weten als je eruit vliegt

Heel alleen met een koptelefoon

Door in Journalistiek bedrijven op 14 June 2008

“Je klonk zenuwachtig.” Ik had liever gehoord dat ik als een echte goeroe klonk, gezaghebbend en onweerstaanbaar. Maar nee, zenuwachtig. Mijn vrouw was tenminste eerlijk. Zoals beloofd had ze geluisterd naar het eerste interview op de radio dat ik ooit gaf, uiteraard over mijn onlangs verschenen boek.

Nu weet ik hoe het voelt om geïnterviewd te worden. Dat is me niet vaak overkomen. De eerste keer was vijftien jaar geleden, de tweede keer een paar maanden geleden. Allebei de keren tijdschriften. Het stelde niks voor.

Maar de radio, dat is wat anders. Alles wat ik zeg kan gelijk worden gehoord door duizenden mensen die ik niet zie. Bedenktijd heb je niet.

Maar zenuwachtig? Dat was ik niet, wel geconcentreerd. Na jaren van onzichtbare aanwezigheid in de journalistiek, was ik nu eens de bron. Hoe zou het voelen om aan deze kant van de streep te staan? Wat voor vragen zou ik krijgen? Informatief, suggestief, open, ingewikkeld, gemeen? Zou de interviewer proberen gaten in mijn kennis te schieten, of was er echte belangstelling?

Radiojournalistiek blijkt al net zo’n rijdende trein te zijn als de schrijvende journalistiek, mijn tak van sport. Een paar dagen voor de uitzending werd ik gebeld of ik wilde meedoen. Of ik om 9 uur in studio Desmet in Amsterdam wilde aanschuiven, een gelegenheidsplek voor mensen die niet in de uitzending in Hilversum kunnen zijn. Waarna ik een e-mail kreeg die onze afspraak bevestigde.

Vlak voordat ik de studio binnenging, kreeg ik nog een telefoontje van de radioredactie. “Weet je wel dat je eerst zes persoonlijke vragen krijgt vanaf een band?”

Het contact met Hilversum, waar de uitzending werd gemaakt, verliep via een koptelefoon. Ik zat alleen in een studio, samen met een wethouder die voor mij in de uitzending kwam. Toen hij zijn verhaal had afgedraaid, ging hij weg. Ik bleef achter met mijn koptelefoon en een microfoon, waarna de vragen binnen kwamen rollen de antwoorden er bijna vanzelf uit werden getrokken.

Tijdens de onderbreking door het nieuwsbulletin beet de regisseur mij toe dat ik er niet vandoor mocht gaan. Het was nog niet gedaan. Tien minuten later hoorde ik dat de volgende studiogast werd verwelkomd.

Ik luisterde nog een paar minuten, tot er een muziekje kwam. “Kan ik gaan”, vroeg ik. Geen reactie. Voor de studio in Hilversum bestond ik al niet meer.

Dat voelde tenminste vertrouwd. In de journalistiek is een bron een gebruiksvoorwerp. Dat verzorg je zo lang je nog informatie moet aftappen, maar daarna niet meer.

Door de verlaten gangen en kale trappenhuizen van studio Desmet zocht ik de uitgang. Op naar het volgende interview.


het ontslagcircus - alles wat je moeten weten als je eruit vliegt

Spammen is best interessant

Door in Journalistiek bedrijven op 13 June 2008

Ongeveer duizend digitale adressen, zo veel heb ik er in mijn pc. Niet dat ik ze heb geteld, maar toen ik iedereen in mijn adresboek een bericht ging sturen, merkte ik hoe uitgebreid mijn online kennissenkring is.

Dat zit namelijk zo: omdat mijn boek uit is, doe ik iets aan marketing. Ik schrijf erover in mijn blogs, ik probeer er melding van te maken op een paar websites en ik praat erover op de radio. De uitgever heeft een digitale button gemaakt die naar de website van mijn boek leidt. Die zit voorlopig standaard onder mijn e-mailberichten.

De volgende stap was om iedereen een mailing te sturen waarin ik aandacht vraag voor mijn boek. Een beetje spammen eigenlijk.

Aanvankelijk mislukte dat, want mijn digitale postvakje met uitgaande berichten liep vast. Wat ik ook deed, telkens weer ging het op slot. Navraag leerde mij dat ik maar honderd e-mails per uur kan versturen. Ik gebruik geen Outook Express voor mijn e-mails, maar een open office programma. Misschien dat dit ermee te maken heeft.

Ik heb het bestand opgeknipt in telkens twintig adressen, en die per baal van vijf verstuurd. Daarna ging het postvakje weer even op slot.

Deze aanpak was natuurlijk bewerkelijk, want ik moest telkens de volgende twintig adressen selecteren.

Een neveneffect was dat ik al mijn adressen eens heb doorgelopen. Het bestand is zwaar vervuild. De meeste namen die erin staan, ken ik niet eens meer. Iedereen die wel eens met mij heeft gecorrespondeerd, hoe vluchtig ook, wordt automatisch opgeslagen. Sommige namen staan er wel drie keer in.

Sommige adressen haalde ik er maar uit. Dat waren algemene brievenbussen van bijvoorbeeld persafdelingen. Ook waren er adressen bij van mensen waarmee ik harde aanvaringen heb gehad, bijvoorbeeld bij ongelukkig verlopen voorinzagen op artikelen.

Een aantal familieleden en vrienden kregen ook niks. Die heb ik als eerste geïnformeerd, dus die hoeven  niks meer nu ik zo veel moeite heb om mijn spam te versturen.

Natuurlijk kreeg ik ook heel veel reacties: out-of-office reply’s en meldingen van adres onbekend. Veel mensen die destijds enthousiast met mij mailden, werken inmiddels elders en hebben hun oude adressen opgeheven.

Ik vond dat spammen maar rotwerk. Het kostte mij uren. Toen ik in mijn bedje lag, gloeide ik nog een beetje na. Zo veel aandacht vragen voor mijzelf, dat doe ik niet zo vaak. Als schrijvend journalist ben je doorgaans onzichtbaar. Toch wel leuk eigenlijk, zo’n coming out.


het ontslagcircus - alles wat je moeten weten als je eruit vliegt

Het winnen van geestelijke delfstoffen

Door in Journalistiek bedrijven op 10 June 2008

“Een pakje voor je.” Eén van mijn kantoorgenoten gaf me een kartonnen doosje, net iets groter dan een pondspak koffie. Toen ik de afzender zag, wist ik genoeg. Haastig peuterde ik de verpakking open. Daar lagen ze dan, zeven boeken. In witte letters stond mijn naam op het roodblauwe kaft.

Dagen, nachten, weekends, weken zwoegen lagen daar voor me, 175 pagina’s gebundeld. Binnen vijf minuten hadden mijn kantoorgenoten de boeken in handen. Ik hield een exemplaar over, voor vrouw en kinderen. Daar heb je dan maandenlang al je vrije tijd aan opgeofferd.

Altijd ben ik een beetje jaloers geweest op journalisten die een boek schreven. Ze leken mij zo wijs. Maar terwijl ik staarde naar mijn eigen boek, voelde ik mij niet slimmer dan gisteren.

Wat ik ook probeerde, het gevoel van trots wilde ook niet komen. “Wat verdien je er eigenlijk mee?” vroeg één van mijn kantoorgenoten. Ik mompelde iets van werken voor de eer.

Dit nooit meer, had ik mij voorgenomen toen de kopij twee maanden geleden veilig bij de uitgever lag. Maar toen hij me een paar weken geleden vroeg of ik nog een keer een boek zou schrijven, kon ik een overtuigende ontkenning niet over mijn lippen krijgen.

Terwijl ik vanmiddag onder de brandende zon in file stond te bakken, vroeg ik me af wat er zo leuk is aan het schrijven van een boek. Ik verwaarloos mijzelf en mijn gezin, mijn vrije tijd gaat aan flarden, mij werk lijdt eronder, het levert financieel weinig op, terwijl ik niet eens trots ben op het resultaat.

Toch weet ik al dat ik het opnieuw zal gaan doen. Misschien omdat zo’n boek er alleen komt met bloed, zweet en tranen. Heb je die er niet voor over, dan blijft al die kostbare kennis verborgen.

Informatie is er volop in deze wereld, zeker dankzij internet. Maar het vergaren van kennis, het duiden van al die bergen informatie, is een vorm van mijnbouw, het winnen van geestelijke delfstoffen. Dat vraag nu eenmaal om erbarmelijke omstandigheden.

Dat vraagt om idealisme. Jaren geleden gebruikte ik die om mijn artikelen te schrijven, soms diep in de nacht. Maar journalistiek is bij mij veranderd van idealisme in reguliere broodwinning.

Eigenlijk heb ik dat schrijven van boeken gewoon nodig. Zo voorkom ik dat ik afglijd tot een kantoormannetje.


het ontslagcircus - alles wat je moeten weten als je eruit vliegt

In de krochten van een bank

Door in Journalistiek bedrijven op 7 June 2008

Tientallen bankmedewerkers keken mij lachend aan van hun fotootjes, drie hoog aan de muur ergens in het binnenste van het Utrechtse hoofdkantoor van een grote bank. Wat kon ik anders doen dan kijken naar die afdelingsportretjes nu de manager die ik moest interviewen foetsie was. Verderop probeerde een zenuwachtige communicatiemedewerker hem op te sporen.

Stress volop, maar niet bij mij. Dat begon al toen ik aankwam. De weg naar de bank was afgezet, dus parkeerde ik mijn auto een halve kilometer verder. Ongeveer tien minuten te laat meldde ik mij bij de receptie.

De communicatiemedewerker die mij kwam halen, was gepikeerd. “Je bent te laat”, zei hij belerend.

“De weg was gestremd”, zei ik. Waarna hij vond dat ik dan had moeten bellen.

“Ik heb je nummer niet gekregen van de redactie”, wimpelde ik de volgende aanval af.

Daarna brak een koddig half uurtje aan, want de strenge communicatiemedewerker kon de manager in kwestie niet vinden. Met een lift waren we naar drie hoog gegaan, eerst de verkeerde gang in, daarna de goede, maar uiteindelijk zonder resultaat.

Zo stond ik dan bij die muur met vrolijke portretjes, terwijl de communicatiemedewerker in een kamertje verderop zenuwachtig aan het bellen was.

De manager bleek in een belendend pand. De communicatiemedewerker troonde mij mee, opnieuw door gangen en langs kleine kamertjes met bankemployees, en probeerde binnendoor te gaan. Zijn plan mislukte. Hermetisch gesloten draaideuren weigerden mijn doorgang. Ik had niet het juiste pasje.

Even later liepen we onder de brandende zon, langs het voorbij razende verkeer buitenom naar het andere gebouw, pal langs een bouwput. In gebouw nummer twee bleek ik niet te zijn aangemeld, dus ik mocht niet naar binnen. Maar als de communicatiemedewerker mij begeleidde, mocht het voor deze ene keer wel.

De manager in kwestie was een vriendelijke vijftiger die het allemaal best vond. Hij draaide zijn verhaal af, terwijl de communicatiemedewerker op adem kwam. Maar niet voor lang, want de telefoon ging en hij moest weer in de benen. De fotograaf was gearriveerd, die moest hij ook ophalen.

Bij terugkomst moest hij mij weer wegbrengen, want ik was klaar en mocht alleen vertrekken onder begeleiding. Ik houd van onherbergzame gebieden. Vandaag ben ik aan mijn trekken gekomen in dit imposante kantoor. Je zal er maar moeten werken.


het ontslagcircus - alles wat je moeten weten als je eruit vliegt

Verkocht aan de hoogste bieder

Door in Journalistiek bedrijven op 5 June 2008

 

Zoals verwacht ging mijn mobiel vanmorgen om acht uur af. Mijn eerste interview van vandaag. De afspraak had ik gisteren telefonisch gemaakt terwijl ik om zes uur over de snelweg reed. Toen hadden we geen van tweeën zin om een half uur te kletsen.

Maar voor dag en dauw is het wel fijn om te interviewen. De geest is nog helder en er zijn op dat uur geen andere afspraken. Steeds vaker is dat voor mensen een overweging om daar afspraken te plannen. Zelfs in het weekend word ik tegenwoordig gebeld voor mijn werk. Een maand geleden werd ik zelfs uitgenodigd voor een meeting op zondagmiddag, die tussen de bedrijven door tijdens een kraamvisite werd belegd. Een half jaar geleden heb ik zelfs verslag gemaakt van een congres op zondagmiddag, ergens in een Amsterdamse jachthaven.

Werken op zondag is niet vreemd voor mij. Ik zit dan ’s avonds nog wel eens achter de pc om een stukje te schrijven. Maar dan heb ik tegelijk de tv aanstaan, of zet ik wat muziek op. Zakelijke afspraken op zondag, die vind ik toch nog een beetje raar.

Ik zie die verzakelijking van privétijd dan ook met lede ogen aan. Net zoals al mijn collega’s werk ik hard en op onregelmatige uren. Talrijk zijn de keren dat ik in het donker thuis ben gekomen en het eten opwarmde in de magnetron.

In zo’n woelig leven is het weekend een eiland van rust, mijn heilige herstellingsoord. Tenminste, dat hoort het te zijn. De werkelijkheid is dat ik dit eiland verkoop zodra er een hoogste bieder langskomt. Als freelancer ben je toch vooral ondernemer.

In de weinige vrije tijd die mij rest zit ik te piekeren wat mijn nieuwe rustpunt zal worden waar werken taboe is. Mijn vakantie? Dan rinkelt de telefoon ook dagelijks, weet ik uit ervaring.

Misschien mijn pensioen? Ik hoor er mooie dingen over, maar ik vrees dat het over zestien jaar ook wel weer zal tegenvallen.


het ontslagcircus - alles wat je moeten weten als je eruit vliegt

Een offer voor mijn welzijn

Door in Journalistiek bedrijven op 4 June 2008

Het zweet brak me uit toen de redacteur mij via een korte e-mail sommeerde het artikel de volgende dag ter voorinzage te sturen en af te ronden. De vrolijke toon van voorbije dagen was weg. De lichte bezorgdheid ook. Korte, ijzige berichten waren er voor in de plaats gekomen.

Zo zou ik ook hebben gereageerd, maar toch vond ik het vervelend. Ik had weer eens een opdracht te veel aangenomen. Zwoegend en ploeterend heb ik mij afgelopen weken door stapels werk geworsteld. Onderop de stapel was er uiteindelijk één opdrachtgever de klos. Bijna een week te laat, en dan nog moest ik hard tikken om het beloofde verhaal af te krijgen.

Excuses had ik niet. De procedure rond voorinzage was niet helder en deze opdrachtgever is een wanbetaler. Ik moet maanden op mijn geld wachten. Maar dat is natuurlijk geen reden om dan ook maar opzichtig over de deadline heen te duiken.

Dit voorbeeld is zowel goed als slecht nieuws voor mij. Het slechte nieuws is dat ik inschattingsfouten maak bij het aannemen van opdrachten. Ik weet dat ik scherp moet zeilen, maar ik doe het niet. Vroeger ploegde ik nachten en zelfs weekends door. Dat wil ik niet meer.

Daarmee ben ik aangekomen bij het goede nieuws. Ik laat mij niet meer opnaaien door een opdrachtgever. Mijn stressspiegel, nachtrust en gezinsleven zijn belangrijker dan mijn klanten.

Maatschappelijk gezien is dat een correcte afweging, want de worklifebalance is heel hip. Werkgevers schijnen daar veel begrip voor te hebben.

Maar opdrachtgevers zijn minder soepel, helaas. Blij ben ik dan ook niet met deze boeiende ervaring. Het offer voor mijn welzijn krijg ik van mijn klanten niet cadeau. Wil je wat krijgen in dit leven, dan moet je het gewoon nemen.